Nha Trang, the beach capital?
Sorry volgers. Ik vond nog een verhaaltje dat ik nooit geplaatst heb. Beter laat dan never.
21/22 april 2012
Mijn laatste tripje in dit mooie land was naar Nha Trang. Spreek uit Na (dat is te doen) Tjeng of Cheng of Chjan of Tjan. In ieder geval zonder R, wat voor sommige Chinese collega’s wel fijn is. Maar om aan een Vietamese collega uitgelegd te krijgen wat ik ging doen dat weekend, moest ik toch een keer of zeven een poging wagen de plaatsnaam uit te spreken. En aan de onbekendheid van de plaats zelf ligt het niet. Nha Trang is de bekendste badplaats van Vietnam.
Ik mocht weer eens waanzinnig vroeg mijn mand uit om me te spoeden naar Gate 14. Het is dat ik wist dat ik altijd bij gate 14 moet instappen want verder was het wat onduidelijk allemaal. Je koopt op www.vietnamairlineticketsvansaigonnaarnhatrangenweerterug.vn een ticket naar Nha Trang maar vervolgens komt die hele plaatsnaam op de luchthaven in geen ene uiting voor. Cam Ranh airport dan? Dat stond er wel. Maar allez, met een vluchtnummer was ik ook al een heel eind en het aantal Russen in het toestel stelde mij gerust. Ik was in ieder geval niet op weg naar een nog niet door toeristen ontdekte subtropische parel.
De vlucht zelf was “uneventfull” hetgeen bijzonder was omdat “thunderstorms” langzaam aan onderdeel van het bestaan in Vietnam waren geworden. Mijn grote Russische vriend Alexei kwam na een tripje terug met het opbeurende verhaal dat zijn vlucht vanuit Hanoi na drie pogingen toch niet op Saigon kon landen. Vond hij geen geweldige ervaring maar hij was het verder wel met me eens dat het zijn eigen schuld was. Wie gaat er nou naar Hanoi. Althans, ik weet van geen strand en zee af aldaar.
Op Cam Ranh airport werd ik opgewacht door een juffie in een traditioneel pakje die mij de weg wees naar de “minivan” die mij naar het hotel zou brengen. Ook zoiets. Ik had de keuze, of 40 dollar voor een trip per auto, of 12 dollar voor een trip met de minivan. Goed, doe dan de minivan maar. Zit je vervolgens alleen in. Ok en een chauffeur dan, maar ik gok dat die bij de auto ook wel bijgeleverd zou worden. Mij best allemaal maar ik zie een Funding the Growth opportunity.
Om me voor te bereiden om mijn verblijf in Nha Trang ben ik tijdens de autorit de Lonely Planet gids hoofdstuk Nha Trang gaan lezen. Het leek mij weinig zinvol om een ander hoofdstuk te lezen. Om twee redenen had ik dat Nha Trang hoofdstuk trouwens beter een dag eerder kunnen lezen. Dan had ik geweten dat ik naar Cam Ranh zou vliegen en niet naar Nha Trang, en ook had ik geweten dat lezen in de auto niet de beste tijdsbesteding was omdat de autorit langs de Vietnamese kust prachtig zou zijn. Balen dat dat pas op pagina 11 van het hoofdstuk Nha Trang werd gemeld. Nu had ik de helft gemist. Gelukkig was de tweede helft van de rit ook de moeite.
In het Nha Trang Sunrise Beach Hotel, werd ik door een ander dametje in pakje in een zetel geplempt en voorzien van een drankje. Ik was slechts 6 uur te vroeg was, dus logisch dat er een kamer klaar was. Ondanks protesten van mijn zijde, ontkwam ik niet aan een gratis upgrade naar een superior room met seaview. Gelaten schikte ik mij in mijn lot en uit pure ellende ben ik dan maar op het ruime terras in het zonnetje van het uitzicht over zee gaan zitten genieten.
Nadat ik de kamer had geïnspecteerd en een keuze had gemaakt in welke van de 6 bedden ik mijn nog niet al te aanstaande nachtrust zou gaan genieten, pakte ik mijn Donald Duck pyjama uit en legde dat op het bed van mijn keuze. Bij de zoektocht naar de pyjama kwam ik ook mijn zwembroek tegen hetgeen mij inspireerde het strand te bezoeken.
Nu was, geheel volgens de beschrijvingen op Trip Advisor, het strand gelegen op 20 meter van het hotel. Wat ik even gemist had,was dat die 20 meter volledig werden ingenomen door een vierbaansweg die gezien de drukte erop, een populaire status had verworven onder de lokale eigenaren van een scooter. Dit maakte me wel duidelijk dat, ondanks de aanwezigheid van een best diepe zee, de verdrinkingsdood bepaald niet het grootse risico was. Ik zou zeggen dat in volgorde van daadwerkelijk risico op overlijden het strandbezoek in Nha Trang de volgende gevaren inhield:
1) Oversteken
2) Levend verbranden
3) Inademen van dampen waarvan Shell Moerdijk altijd zegt dat het geen gevaar voor de volksgezondheid oplevert
4) Het aanschaffen van een kreeft bij een van de strandverkopers en deze daadwerkelijk consumeren
5) Gemolesteerd worden door een Siberiër die jouw vruchtensapje aanziet voor een fles wodka dat hij, ondanks dat het echt van jou is, toch wil hebben.
6) Ok dan…verdrinken
Maar wel mooi dat ik mijn toegenomen vaardigheid om met het Vietnamese verkeer te spelen ook eens gekleed in een zwembroek kon laten zien. Onder toeziend oog van een contingent Vietnamese “lobster” verkoopsters, bereikte ik levend de overkant. Ik kon aan alles merken dat de dametjes zwaar onder de indruk waren, al werd het mij niet duidelijk of dit te maken had met mijn talent om motoren en scooters te ontwijken dan wel opzij te raggen of mijn indrukwekkende voorkomen. Maar voor een beetje strand is mij geen weg te breed dus na 4 scooters de berm in geduwd te hebben, was ik aan de overkant waar een strandbed voor mij werd geïnstalleerd en de parasol in standje ”zout op zon, ik kom uit Nederland” werd gezet. Dat bed was niet echt een overbodige luxe aangezien in het zand liggen waarschijnlijk een enkeltje Beverwijk had opgeleverd en daar was ik nou niet direct bij in de buurt.
Het strand zelf is naar Nederlandse maatstaven nogal smal. Laten we zeggen dat tussen de vierbaansweg en de zee een metertje of zes strand lag. Ok en een boulevard. Maar al met al vond ik dat behoorlijk tegenvallen. Nou kunnen we smalend doen over Renesse en, toegegeven, de klimaatvergelijking valt negatief uit, maar dat strand is echt een ietsje pietsje aantrekkelijker dan het geroemde strand van Nha Thrang. Hoewel ik er nog wel over twijfel wat ik nou precies gezelliger vind tijdens strandbezoek. Een vierbaansweg en een horde spiedende Vietnamese meisjes achter me ? Of een groep Duitse jongetjes met matige muziekkeuze, het spraak volume van een bekende maar inmiddels lang geleden overleden landgenoot en een niet te beteugelen behoefte om lauw bier te drinken in een zelfgegraven kuil. Enfin, het strand van Nha Thrang dus. Viel ronduit tegen al heb ik me wel vermaakt met het afwijzen van Vietnamese meisjes. Die vonden het erg jammer dat ik geen lobster wilde kopen.
Uit verveling daarna besloten om op m’n terras met uitzicht over zee de rest van mijn programma te plannen en na lang nadenken besloot ik een bar op te gaan zoeken om me te laven aan een frisse Saigon Beer. Gelukkig had ik een hotel gekozen dat lag aan de boulevard en tijdens mijn voorbereidingen had ik al gezien dat aan die boulevard voldoende gelegenheid zou zijn om versnaperingen tot me te nemen. Wat ik niet had meegewogen, was de lengte van die boulevard. Dus toen ik eindelijk in de buurt van het epicentrum van Nha Trang was, vermoedde ik al dat één Saigon Beer mogelijk onvoldoende zou zijn het vochtverlies van de wandeling adequaat te compenseren. Gelukkig was ik nog in staat om in oplossingen te denken en verliet dan ook mijn voornemen om het er bij eentje te laten.
Van al dat compenseren krijg je natuurlijk honger en nieuwsgierig gemaakt door de ronkende teksten in de boekjes over “fresh seafood” ging ik op zoek naar een restaurant aan de boulevard. Ik ben immers van mening dat hoe dichter je bij de zee eet, hoe groter de kans is dat je daadwerkelijk een lekker en vers stuk vis eet. Helaas bleek de nabijheid van de zee geen enkele garantie te zijn voor een smakelijke hap. Zelfs nu een Saigon biertje of twee mijn beoordelingsvermogen enigszins had aangetast, herkende ik in de smaak van de als “vis” gepresenteerde vierkante schijf eerder een old school schoenzool dan tonijn. Indachtig de wijze lessen uit de masterclass Coaching and Feedback, heb ik de dienstdoende ober op gepaste wijze mijn ongenoegen kenbaar gemaakt om vervolgens wel netjes de hele, op een hap na ongegeten, maaltijd af te rekenen. Mooi 4 euro naar de gallemiesen.
Op naar de Night Market waar diverse straat tentjes luxe plastic ikea stoelen, ambiance en maaltijden als geroosterde krokodil aanboden. Twee keer uit eten binnen een half uur. Ik voelde mij een rijk man. Bij een van de eettentjes probeerde een vriendelijke Vietnamese knul me in verstaanbaar Engels uit te leggen dat het eten in zijn tentje helemaal da bomb was. Van de edelman had ik inmiddels geleerd dat vooraleer in te gaan op aanbiedingen van lokale middenstanders, eerst een diepgaand onderzoek moet worden ingesteld. Ik vroeg hem dan ook “ is it any good?” Na zijn bevestigende antwoord en onder de strikte belofte dat ik niet zou betalen als het vies zou zijn, zette ik mijzelf op een luxe witte plastic kuipstoel en liet Saigon beer aanrukken. Ik hou immers van afwisseling. Na de kaart met daarop één gerecht (geroosterde krokodil) aandachtig bestudeerd te hebben, bestelde ik een portie geroosterde krokodil. En dat was zeer goed te eten. Sterker nog, sindsdien kan ik in Blijdorp niet meer naar de krokodillen kijken zonder honger te krijgen. En nee, het smaakte niet naar kip.
Naast mij zat een dame die er in geslaagd was te herkennen dat ik geen local was. Op basis van mijn, zeker in vergelijking met Vietnamezen, inderdaad imposante voorkomen, kon ik dat wel plaatsen. Teleurstellend was wel dat mijn Engels feilloos werd geanalyseerd als “met een Nederlands accent”. Toch eens bij Marjon in de leer. In ieder geval leverde het een gezellig gesprek op met Christiane uit de omgeving van Den Haag, die onderhoudend vertelde over haar reis en mij sowieso nogal avontuurlijk overkwam. De volgende dag achterop de motor van een geronselde local door de binnenlanden van Vietnam naar Saigon stuiven? Ik zou het zelf niet doen geloof ik, maar Christiane legde uit dat de motorrijder in kwestie 1 meter 12 groot was en ze geen problemen voorzag. Het verkeer zelf als risicofactor werd schouderophalend afgedaan als weinig relevant detail.
Na een derde portie geroosterde krokodil genuttigd te hebben, was het tijd de inmiddels twee keer zo lang geworden boulevard weer op te duiken en naar het hotel te gaan.
De tweede dag in Nha Trang begon zoals mijn humeur van de eerste dag zich ontwikkelde. Licht bewolkt. Dit veranderde enigszins toen ik de ontbijtzaal binnen stapte. Ongeveer dezelfde producten als bij de andere hotels maar nu waren ze niet op! Ondanks de aanwezigheid van een surplus aan Siberische mastodonten die dachten dat de dienbladen de borden waren. Heerlijke lokale producten als toast met spek en gebakken eieren gegeten. In tegenstelling tot de Siberiers, kauwde ik er wel op. Je moet er immers te allen tijde voor zorgen dat voedsel gelijkmatig in je bloed komt.
Na de afknapper op het strand leek het me zinnig het zwembad van het hotel eens uit te checken. Zag er prachig uit allemaal en ze hadden wifi. Ik was niet de enige in het zwembad. Naast mij lag bijvoorbeeld Svetlana met een Ipad te klootviolen. Nu ben ik op basis van indringende analyses sowieso vrij goed in namen raden (voorbeeldje: Siberië + vrouw = Svetlana) maar dit keer was ik er 100% van overtuigd dat ik goed zat. Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik geholpen werd door het feit dat ze een ketting van anderhalve kilo om haar nek had met een hanger ter grootte van een nummerbord waarop “Svetlana” stond. Dus zo moeilijk was die naam raden niet. Tenzij ze de burgermeester was van de stad Svetlana. Verder had Svetlana groen uitgeslagen geblondeerd haar en een bikini ter waarde van een Vietnamees maandsalaris of 7. Mijn buurman zou bij het aanschouwen van Svetlana en de bikini ongetwijfeld de zin “ze had beter tiete kenne kope” uitgeslaakt hebben. Zelf ben ik niet van zulke taal.
Ook waren er 20 Chinezen. En ik sta zeer open voor andere culturen, ik eet bijvoorbeeld gerust geroosterde krokodil. Ook voor het Chinese gebruik om waardering voor de kwaliteit van recent genuttigd voedsel kenbaar te maken door middel van rochelend op de grond te spuwen, heb ik alle begrip. Dat, bij het ontbreken van een adequate stoep, het zwembad zelf gekozen werd om deze waardering op cultureel verantwoorde wijze kenbaar te maken, ontnam mij de lust tot daadwerkelijk zwemmen. Wel was ik onder de indruk van het vermogen om met 20 man simultaan het zwembad onder te rochelen hetgeen mijn toch al positieve beeld over de saamhorigheid onder Chinezen versterkte.
Snel dus mijn zwembroek verruild voor een korte broek, een T-shirt met “I’m not from Siberia and I will not spit on the floor”-print en plakkies. Aldus modieus gekleed op zoek naar souvenirs voor mijn kinderschare. Koopt lekker in, horloges voor 70 cent. Ik hield daardoor genoeg geld over om eens in het uitgaanscentrum van Nha Trang te gaan kijken. Buiten het opmerkelijk goed ontwikkelde vermogen om Saigon biertjes koud te houden was er weinig dat op mij een plezierige of positieve indruk maakte. Tuurlijk was het leuk om een voetbalwedstrijd op een scherm van enige omvang te kunnen kijken en de geleverde hapjes waren prima. Maar verder waren de straten vol met bars en disco’s, smoezelig en bezaaid met zwerfvuil. De hele entourage ademde de sfeer van verdorvenheid en vergane glorie uit. Dat beeld werd versterkt door een pijnlijk aantal bedelende slachtoffers van de oorlog die door de Siberiers op de hen passende wijze van het lijf werden gehouden. Hoogst onaangenaam en ik verliet de wijk dan ook voordat de wodka de sfeer van unheimisch naar vijandig deed omslaan. In de naast het hotel gelegen “Ierse pub” heb ik dan, al scheldend op de ingehuurde muzikant die weigerde iets anders dan Beatles covers te spelen, een laatste drankje genuttigd in Nha Trang. Voor altijd.
Nha Trang wordt aangemerkt als de beach capital van Vietnam met een prachtig strand en een levendig uitgaansleven. Ik vond er een met afval bezaaide strook zand aan een zee vol plastic zakken en een vuil en freaky uitgaanscentrum vol mismaakte arme drommels en dronken Siberiers. Bij een eventueel volgend verblijf in Vietnam sla ik Nha Trang lekker over, in de wetenschap dat ook elders in het land geroosterde krokodil verkocht wordt.
Things to NOT do: Saigon Zoo
Tussen het reizen en werken door, was ik ook nog hier geweest. Op het Things to do and see lijstje was de dierentuin van Saigon terecht gekomen. In Nederland vind ik een uitstapje naar Blijdorp altijd leuk en het leek me geinig om eens te kijken hoe ze het begrip dierentuin in dit gedeelte van de wereld invulling geven. Tot nu toe was me enige belangstelling van Vietnamezen richting dieren wel opgevallen maar dan uitsluitend om ze uiteindelijk op te eten. Na weer maar eens een taxi chauffeur de weg gewezen te hebben, stapte ik vlak voor de poort van de dierentuin uit. Er zou ook een botanische tuin zijn maar gezien mijn matige belangstelling voor plantjes en bloemen, was ik daar een stuk minder nieuwsgierig naar al vermoedde ik wel een functie voor als het echt te heet zou worden.
Bij de kassa zag ik op een bordje dat ik geacht werd 12000 dong af te rekenen. Ik dacht eerst het niet goed gelezen te hebben maar ik kreeg bij het aanbieden van een briefje van een ton, keurig 88000 terug. 12000 dong is 43,8 cent. Mijn verwachtingen ten aanzien van de aanwezige dieren was wel gelijk een stukje naar beneden geschroefd. Met een paar kippen en een geit zou het bezoek al value for money zijn, al betwijfelde ik of dergelijke dieren lang veilig zouden zijn voor de immer hongerige lokale bevolking.
Ik was bepaald de enige niet in de dierentuin. De lage prijs zorgde ervoor dat deze plaats wordt gebruikt als familie bijeenkomst lokatie voor de Vietnamezen en dan is het snel druk. Een beetje familie kent hier vier, ruim vertegenwoordigde generaties. Het is dan ook fair om te stellen dat Vietnamezen op het vlak van voortplanting enige voortvarendheid niet te ontzeggen valt. Maar ook derdegraads achterneefjes horen daar gewoon bij. Het soort familieleden waarvan wij in Nederland niet eens weten dat we ze uberhaupt hebben Ik kreeg wel de indruk dat ik de enige westerling in de dierentuin was en op sommige momenten zelfs dat ik de enige westerling was die mensen ooit gezien hadden. Gezellig hoor, zeker toen een ventje een gesprek met me aan knoopte. In beter Engels dan menig universitair afgestudeerde die ik tot op heden in Vietnam ben tegengekomen. Hij heette ook al Phuong. Zo heten veel jongens en mannen hier. Waarschijnlijk de Vietnamese variant van 'Jan' of 'Tim' of een van de andere populaire eenlettergreep namen. Phuong was tien jaar en fan van Real Madrid. Zijn ouders spraken, denk ik ,geen Engels maar stonden zo trots als een koe met zeven horens naar de vaardigheden van hun nazaat te kijken. Grappig..
Even over die dierentuin zelf. Als die Marianne Thieme ooit besluit echt iets nuttigs te gaan doen met haar fascinatie voor diertjes, dan is een permanente relocation naar Vietnam waarschijnlijk een goed idee. Een klassieke win-win situatie zelfs. Naast de kippen en geiten, die er daadwerkelijk rondliepen, waren er genoeg andere dieren. Dieren die je in zo'n beetje iedere dierentuin van enige omvang wel tegenkomt. Giraffes, nijlpaarden, herten, apen, leeuwen, een witte tijger, krokodillen of wat daar allemaal voor door moest gaan. Over het algemeen zagen de dieren en mottig uit. Hokken waarvan Marianne zou zeggen dat het zelfs voor een mens niet goed genoeg zou zijn en hier en daar was het overduidelijk dat het even geleden was dat het drinkwater was bijgevuld. Leek mij gek met 36 graden. Verder zag ik in vrijwel ieder hok meer soorten dieren dan waar het voor bedoeld was. Ik doel hier dan mee op de immer gewaardeerde aanwezigheid van de zwarte rat.
Van hoe de Vietnamezen zelf tegen dieren aankijken en hoe ze ze behandelen kreeg ik ook geen warme gevoelens. Dat je meloen, noches, rijst, chips, chocola en die smerige snoepjes denkt te moeten voeren aan dieren, ongeacht het soort dier, kan nog soort van aan een ijzingwekkend gebrek aan kennis liggen. Dat je je lege chipszakjes in de gracht van zeehonden gooit in plaats van in de twee meter verder staande afvalbak, heeft al wat meer te maken met pure hufterigheid en gebrek aan respect voor je eigen leefomgeving, maar dat je een half vol, voor sommige lezers half leeg, blikje cola light tegen de kop van een leeuw meent te moeten gooien deed mijn achting voor het volk flink dalen. Vooral ook omdat alle locals dit overduidelijk normaal en zelfs hilarisch gedrag vonden.
Toen ik bij otters aan het kijken was, had een of andere grapjas bedacht dat het leuk was om een chipje net buiten het hek te leggen. Die ottertjes gingen dan met hun klauwtjes onder het hek om dat chipje te pakken te krijgen. So far nog in aansluiting bij mijn flink gewijzigde beeld van de waardering die Vietnamezen hebben voor dieren. Maar dat dat miezertje vervolgens onder luide toejuichingen pogingen deed om met zijn paraplu op de klauwtjes van die diertjes te timmeren, deed mijn bloed koken. Het ging gelukkig iedere keer net mis anders had ik mogelijk ook een verhaaltje mogen schrijven over de rechtsgang in dit land vanwege het rectaal inbrengen van een volledige paraplu bij een autochtoon lid van de bevolking.
Na deze ervaringen en observaties leken die botanische tuinen me opeens een stuk minder suf en heb daar nog maar een half uurtje rondgelopen. Ze doen er in Saigon goed aan om de toegangsprijs voor de dierentuin te vertwintigvoudigen. Dat de lokale bevolking het dan niet meer kan betalen lijkt me goed nieuws voor de dieren.
Samenvattend: op zich is de zoo in aanleg en opbouw zeker netjes en ziet het er gezellig uit, maar bovenstaande observaties zorgden ervoor dat ik dit bezoek bepaald geen hoogtepunt vond. Marianne is hier nodig! Go tell her.
Vlak buiten de poort van de Zoo staat ook een museum. Ik ben er eerlijk gezegd niet helemaal zeker meer van maar dacht iets van oudheidkundig opgepikt te hebben. Suffer dan suf dus maar de verwachting dat ze airco zouden hebben, deed mij tot een wonderlijk besluit komen. Ik kocht een kaartje! Dat kaartje was gelukkig niet al te duur want de enige plaats waar ze daadwerkelijk frisse lucht hadden was bij het loket waar dat kaartje gekocht moest worden. Fucking clever move zou Mike zeggen.
Het museum had een redelijk indrukwekkende collectie oude zooi. Stukjes van bijlen, boerengereedschappen, kopjes, bekers, slabakken, houten boeddha's, stenen boeddha's, zilveren boeddha's, gouden boeddha's, kleine boeddha's, grote boeddha's, mooie boeddha's, lelijke boeddha's, zwarte boeddha's, witte boeddha's en kapot meubilair. Reuze interessant en ik heb me er dan ook zeker tien minuten uitstekend vermaakt.
Na nog even snel een half vol blikje cola tegen de harses van een random Vietnamees gegooid te hebben en mijn zakje chips geleegd te hebben in een voorbij lopende nep Vuitton tas, heb ik een taxi genomen naar het city center om de dag op waardige wijze af te sluiten op een van de beschikbare terrassen.
Cambodja Day 2: Angkor Wat
De tweede dag in Siem Reap ging het dan echt gebeuren. Een hele dag tempels bezoeken en daar waar mogelijk erop en in klimmen. Hai was keurig op het afgesproken tijdstip van half negen paraat. Althans dat vertelde hij. Zelf waren we iets later.
De autorit er naar toe was interessant genoeg. Hai vertelde honderduit over de bezienswaardigheden en waar de koning en Angelina Jolie hadden gelogeerd. Dus de verhalen kloppen, dacht ik gelijk. Robert deed zijn best om naar de rest te luisteren. Ik was vooral verrast hoe netjes de stad was, tenminste in dat gedeelte waar we door heen reden. Ook het verkeer was niet te vergelijken met wat ik in Vietnam tegen ben gekomen. Disicipline was afwezig, evenals regels, maar het was veel minder druk. Er reden wel opvallend veel Tuktuks in de weg. Een bakje waar vier mensen in kunnen en dat wordt voortgetrokken door een soort van brommer met een Cambodjaan met een petje op, erop. Zag er gezellig uit maar aangezien ze die dingen hier op een dubieus mengsel van afgewerkte olie en nog wat restproducten laten rijden, leek het ons niet al te gezond. Ook het ontbreken van airco was in onze beleving een onaanvaardbaar gezondheidsrisico. Dat we volgens de boekjes een kans misten om de geluiden en aroma's van de omgeving tot ons te nemen, vonden we, na enige overweging, dan ook een aanvaardbaar gemis.
Hai zette ons af op een soort van parkeerplaats en wees waar we naar toe moesten om de eerste tempel te bezoeken. Dat Hai meende ons van deze service te moeten voorzien was zeker in hem te prijzen, maar heel erg nodig was de tip niet. Onze eerste visite was namelijk aan Angkor Wat en dat is alleen maar het allergrootste religieuze gebouw ter wereld. Misschien dat Hai in de veronderstelling was dat we ter bescherming tegen de nu al felle zon, onze zonnebrillen hadden geblindeerd. Angkor Wat is zelfs door een halve gare niet te missen Wat een aanblik, wat een immens gebouw. Ik meen dat de omtrek van de buitenste muren van het complex iets van 1,3 bij 1,5 kilometer is. Nu heb ik wel eens meer historische gebouwtjes gezien, bijvoorbeeld toen ik vroeger verplicht mee moest om een kasteel in Frankrijk ofzo te bezoeken, maar dat zijn in vergelijking met Angkor Wat echt iele tuinhuisjes. Ook voor mensen die onder de indruk zijn van het Vaticaan of de Acropolis, zou ik zeggen, doe eens gek, en ga hier kijken.
In alle gidsen wordt gemeld dat je op ??n dag een stuk of vijf tempels zou kunnen bezoeken. Robert en ik hadden bedacht dat we dat aantal wel zouden kunnen verdubbelen als we ons niet als gapende toeristen zouden gedragen, maar even een paar foto's per complex zouden scoren en door zouden karren. De planning liep bij Angkor Wat direct een flinke deuk op. Nou was de edelman dat als PSV supporter al wel gewend maar voor mij was het nieuw. Het complex is simpelweg niet in een half uur te doen. Het is ten eerste veel te groot voor een quick scan en ten tweede is er zoveel te zien dat een dag er rondhangen volgens mij ook kan. Bij alles wat je ziet, verbaas je je over de omvang en het detail niveau van wat ze ergens zo'n duizend jaar geleden hebben weten te bouwen. Eindeloze gangen met muren vol met uit het steenwerk gehouwen figuren. Ook Rober was onder de indruk en ik toonde een stukje historisch besef door hem te vertellen dat ze in die tijd nog geen behang hadden.
Het complex heeft diverse niveaus, zowel van buiten naar binnen als van laag naar behoorlijk hoog. Dat eerste vond ik gaaf, dat tweede had van mij gecombineerd mogen worden met een adequate lift installatie. Aangezien ik normaal gezien boven op een keukentrapje al onder de indruk ben over op welke enorme hoogte ik mij bevind, was het hoogste niveau van Ankor Wat een behoorlijke uitdaging. Voordat je daar naar toe kon, mocht je in een rijtje plaats nemen. Dat is wel een dingetje daar, je bent de enige niet en het is lastig om een foto te maken zonder mensen erop. Met name de Koreanen maken er een sport van om op de meeste fotowaardige plaatsten uitgebreid en langdurig hun poserende dikke kinderen te fotograferen. Ik heb op mijn iPhone nog proberen op te zoeken hoe je in het Koreaans "met zo'n kind wordt het nooit een mooie foto" zou moeten zeggen maar ik had helaas geen bereik.
Enfin, dat hoogste niveau dus en dat rijtje. Tijdens dat rijtje wordt je er op borden aan herinnerd dat je je shirt aan moet houden, je er met een minirok of al te korte broek niet op komt en dat je, gezien het betreden van een van de heiligste plaatsten die het boeddhisme kent, geacht wordt je pet af te doen. En af te houden. Ook werd terloops nog gemeld dat een redelijk gezondheidsniveau de kans op behouden terugkeer uit het heiligdom groter zou maken. Je begrijpt, ik had zin in die 50 meter hoge steile trap.
Eenmaal boven, vielen mij een aantal dingen op. Koreanen hebben lak aan alles en deden zo snel als ze konden hun nat bezwete petje weer op hun ronde harses. En het was heel hoog. Ook was er de mogelijkheid om een wierookstokje voor een aangekleed boeddhabeeld te plaatsen en de dienstdoende monnik te belonen voor het feit dat hij zulks mogelijk maakte. Ik heb dat natuurlijk gedaan en ik ben dan ook benieuwd van welk werelddeel ik keizer zal zijn in mijn volgende leven. Op dat moment zelf dacht ik nog wel even dat dat volgend leven er, gezien de steile trap naar beneden, misschien eerder aan zat te komen dan gepland en hoewel keizer zijn me best tof lijkt, was ik er niet helemaal van overtuigd of ik met ??n wierookstokje al genoeg indruk had weten te maken op de hogere machten. Het zekere voor het onzekere dan maar en even gewacht totdat een groep dikkerds de lange tocht naar beneden ondernam. Als ik dan zou vallen dan was de kans op een zachte landing mogelijk iets groter. Beneden levend en wel eindigen in de armen van een kolos zou ik dan niet direct als een hoogtepunt in mijn leven beschouwen maar ik was bereid de vernedering terzake op de koop toe te nemen.
Uiteindelijk buitengewoon heldhaftig de tocht doorstaan en Robert beneden verteld dat het weliswaar hoog was maar dat ik wel op hogere gebouwen was geweest. Dus zo moeilijk was het allemaal niet. Gelukkig vroeg hij niet door welk gebouw ik dan precies bedoelde.
Twee uur en twee flessen water later, zijn we op zoek gegaan naar Hai, die geheel in afwijking tot onze afspraak zich niet op de plaats bevond waar wij hem zouden ontmoeten. Dat was goed nieuws want zo konden we onze feedback vaardigheden weer eens even oefenen. Om de tijd de doden hebben we water bij een meisje van een jaar of zeven gescoord om vervolgens twaalf andere meisjes in dezelfde leeftijdscategorie uit te moeten leggen dat twee liter wel even voldoende was. En nee, ze hoefden niet naar school. Het was immers zaterdag.
Op weg naar de volgende tempel had ik tijd om stil te staan bij een ongebruikelijke misser in mijn voorbereidingen. Water, check. Coole, bij de omgeving passende Indiana Jones pet, check. Zonnebrand, check. Fototoestel, check. Droge shirts? Faal! Voor lieden die vlak voor hun bruiloft er achter komen dat hun voorgenomen maat het net niet is geworden, kan ik een tochtje tempels in Cambodja aanbevelen als alternatief voor het veel geroemde gekookte brandnetel crash dieet. Ik denk een liter vochtverlies per uur en aangezien we twee uur op en rond Angkor Wat hadden geklauterd, kun je uitrekenen hoe droog mijn enige shirt was.
Tempel twee was de Bayon. Minder groot maar niet minder indrukwekkend. Vooral de 1100 gezichten die ze in de 54 enorme torens hadden weten te krijgen, deden mij afvragen hoe ze dat, om in goddelijke termen te blijven, in hemelsnaam voor elkaar gekregen hadden, zo in het jaar 1076 of daaromtrent. Ook hier weer klimmen en klauteren om de fraaiste posities voor het schieten van plaatjes te bereiken. Af en toe een Japanner naar beneden moeten gooien om de foto authentiek en mysterieus te houden. Niet waar natuurlijk, maar wel opvallend was dat Japanners een hard geroepen "go away en wel immediately" goed schenen te begrijpen. Jammer was dat de daarop volgende acties niet helemaal het bedoelde resultaat hadden. Japanner ?én spoedde zich weliswaar als een haas richting een minder boeiend gedeelte van de tempel, maar er liepen er, voorzichtig uitgedrukt, meer rond. Ik heb nog proberen uit te leggen dat als ze ??n persoon op de foto hebben, ze er eigenlijk allemaal op staan omdat ze zoveel op elkaar lijken. Maar ze deden net alsof ze me niet begrepen. Vond ik knap onbeleefd, vooral omdat ik mijn inzichten met geduld en de van mij bekende waardigheid kenbaar maakte.
Snel door naar Angkor Thom, The Terrace of the Elephants en The Terrace of the Leper King. Stuk voor stuk bouwwerken die afzonderlijk, en terecht, al drommen toeristen op de been zouden brengen, maar hier allemaal in een straal van misschien twintig kilometer te bewonderen zijn. In die zin geloof ik niet dat er ergens anders in de wereld zo'n verzameling bezienswaardigheden in zo'n klein gebied te vinden is. En met bezienswaardigheden bedoel ik in dit geval serieus wat anders dan de Eiffeltoren of de Big Ben, laat staan de Keukenhof of die drie molens bij Kinderdijk. Robert vertelde me dat hij in Mexico bij Chichén Itzá was geweest, maar dat was volgens hem met terugwerkende kracht ook maar een prutsgebouw. Dat jullie een beetje een beeld krijgen.
Aangezien het nog geen tijd was voor mijn keizerrijk, besloot ik mijn reisgezelschap te informeren over een aantal fysieke behoeften. Ten eerste drinken, want die liter water was binnen vijf minuten op, en ten tweede eten. Hai wist wel een goed restaurant en mijn vraag wat er voor hem in het vat zat als we daar naar toe zouden gaan, beantwoordde hij eerlijk met "free food". Aangezien we gebudgetteerd hadden dat Hai op onze kosten zou eten, zag Robèr de kans schoon zijn finance vaardigheden te tonen en spiegelde mij de funding the trip mogelijkheid voor. Mij maakte het weinig uit dus op naar het door Hai aanbevolen restaurant. Nou prima, keus. Airconditioning, koud drinken en een smakelijke traditionele Khmer maaltijd voor weinig. Om Hai niet te vroeg de indruk te geven dat een hoge fooi binnen was, vertelden we hem dat het jammer was dat er geen pannenkoeken te krijgen waren. Hij zou het met de eigenaar opnemen.
Op de volgende tempel hadden we ons de hele dag verheugd. Tha Prohm! Voor de kenners van cinematografische hoogstandjes is het vast leuk om te weten dat de film Tomb Raider, een van de vele hoogtepunten uit het rijke oeuvre van Angelina Jolie, daar was opgenomen. Dit sprak tot de verbeelding en ik was vooral blij dat mijn Indiana Jones pet prima bij de setting van deze tempel paste. Daar stak het Nike petje van de edelman maar magertjes bij af.
Maar voordat we het terrein van de tempel konden betreden, had ik nog even af te rekenen met een ruime hoeveelheid junior salesvrouwen tussen de vijf en twaalf jaar. 's Ochtends hadden wij, gewaarschuwd door de berichten in de boekjes, ons voorgenomen om niets te kopen van de kleine boefjes. Maar de aanblik van teleurgestelde prullekes van die leeftijd omdat ik weigerde een fluit, ansichtkaarten of andere zinloze rommel van ze te kopen, was me teveel geworden. Dat is wat hitte met je doet. Dus ik had in het restaurant van Hai een 10 dollar biljet omgewisseld in ??n dollar biljetten. Dit met het vaste voornemen met tien stuks rommel thuis te komen maar wel evenveel gelukkige kindergezichtjes er voor terug te krijgen.
Wat een blunder. Je koopt een waaiertje bij kindje 1, en dan mag je de plots opduikende kindjes 2 tot en met 20 gaan lopen uitleggen dat je niet nog een waaier wilt. Ok, wel een fluit dan, en kaarten...en oh ja een armband, en magneetjes, en nog een fluit. Netto resultaat: inderdaad tien stuks rommel en tien blije kindjes en een stuk of dertig die me hartgrondig haatten omdat ik wel bij hun vriendjes iets kocht maar niks bij hen. Ik maar denken dat met een goed budget purchasing een makkie is maar ik moet bij volgende gelegenheid toch een iets slimmere strategie ontwikkelen. De edelman kwam verder goed weg. Geen tien blije kindjes maar ook geen veelvoud aan teleurgestelde op zijn geweten. En tien dollar in zijn zak gehouden, wat al gauw een overnachting of drie is in de hotels van zijn keuze zonder zwembad. Wel had hij geen armbandje met "Cabodia" (geen typefout) in zijn bezit, maar dat gemis bleek van geringe invloed op zijn gemoedstoestand.
Snel terug naar Tha Prohm. Fascinerende ruïne. Sommige delen van de tempel zijn compleet ingestort, andere delen leveren een kansloze strijd tegen de groei van eeuwenoude bomen, die door, op en onder diverse plaatsen van de tempel te vinden zijn. Fantastisch gezicht en ik heb er zeker 50, goeddeels mislukte, foto's genomen.
Na dit hoogtepunt nog een paar tempels bezichtigd, onder andere Preah Khan, en gefotografeerd. Helaas mislukte de foto van een rokende monnik die net een kindje aan het schoppen was. Wel keurig met zijn blote voeten en ongetwijfeld bedoeld om kwade geesten terstond het lichaam van het knaapje te doen verlaten.
Hai bij wie, gezien onze enthousiaste feedback, het vertrouwen in een hoge fooi groeide, meende met een laatste supertip deze in zijn geheel veilig te stellen. Dat had hij beter niet kunnen doen. Of het niet geweldig zou zijn om bovenop een bovenop een heuvel staande tempel de zonsondergang te bekijken. Het zwembad lonkte nadrukkelijk maar serieus benauwd dat we later in een boekje zouden moeten lezen dat we een unieke mogelijkheid hadden gemist, deed ons besluiten de tip ter harte te nemen. Wat Hai er even niet bij verteld had, was dat de plaats van dropping weliswaar bij de heuvel, maar nadrukkelijk niet op de heuvel was. Wandelen dus, precies waar we nog zin in hadden. Komen we bovenop die heuvel aan, blijkt er niets op de foto te zetten te zijn omdat werkelijk iedere steen was bezet door een Japanner, en de iets grotere stenen door een Koreaan. Wel konden we nog naar boven. Bij het bekijken van de trap die dat mogelijk moest maken, besloot ik dat Hai niet alleen zijn fooi kwijt was maar stevig door het stof zou moeten om überhaupt de nominale fee binnen te halen. Was wederom niet echt een keukentrapje.
Na boven een minuut of wat afzien in de gillende hitte samen met vele anderen, besloten de edelman en ik dat het wederzijdse respect weliswaar zeer groot is, maar dat gezamenlijk een zonsondergang ondergaan misschien van mindere urgentie was dan in het zwembad te plonsen. Ruim voor het grootse moment terug dus, Hai toch zijn fooi betaald en het zwembad ingedoken. Dat voelde alsof je na een dag lopen eindelijk je te kleine schoenen mag uitdoen.
's Avonds zijn we Siem Reap city ingetrokken waar Pubstreet met grote signalen wordt aangewezen. Niet te missen. Maar eerst de nightmarket bezoeken waar ik mijn voorbereidingsfout van te weinig droge kledij meenemen, repareerde met de aanschaf van drie modieuze design shirts voor de somma van vijf dollar. In totaal, voor drie. Tijdens de wandeling werd ik om de tien meter aangesproken door een bal gehakt met de vraag of ik een tuktuk wilde. Dat wilde ik niet. Dat was dan overduidelijk het gewenste antwoord want de vervolgvraag was steevast of ik een "girl" wilde. Ik kon me wel voorstellen dat die mannen hun vrouwelijke kennissen de geneugten van een samenzijn met mr. Robert niet wilden ontzeggen. Ik bedankte echter vriendelijk en vanaf de elfde keer iets minder vriendelijk voor de eer. Als er nog vrouwenrechtenvoorvechtsters zijn met de ambitie een expat bestaan op te bouwen, dan weet ik nog wel een plaatsje. Zo niet, dan kunnen ze in Nederland de strijd tegen de verlaging van de kinderopvangbijdrage voortzetten. Ook niet onbelangrijk.
Tot mijn teleurstelling wilde de edelman er niet aan om op Cambodjaanse wijze slang en krokodil te grillen, maar het alternatief, een megaspies met een halve buffel en een volkstuin eraan, was zeker niet verkeerd. We sloten deze hemelse dag af op een terras met het aards aanschouwen van Liverpool tegen Aston Villa. Goden of niet, het voetbal gaat door, zelfs in Siem Reap.
De laatste dag hebben we ons vermaakt bij het zwembad en Hai de eer gegund ons te vervoeren van Siem Reap naar de luchthaven. Tijdens de rit vertelde hij dat hij blij was met Nederlanders omdat Koreanen altijd onbeschoft waren. We hebben het uiteraard zo gelaten en waren blij dat hij in Cambodja zijn diensten aan biedt en niet in Chersonissos. Wel zo fijn voor "ons" imago. Bij het verlaten van zijn auto, bedankt hij ons uitgebreid voor "supporting the people of Cambodja" en het feit dat we hem drie dagen een job hadden gegeven. Het was hem van harte gegund.
Cambodja Day 1: Tonle Sap Lake
Angkor Wat. Sinds ik een gelijknamig nummer van de vergane symphorockglorie Yes ken, is deze mysterieuze naam bij mij blijven hangen. En de eerste keer dat ik dat nummer hoorde is al behoorlijk lang geleden. En nu was ik soort van in de buurt en diende zich een now or never gelegenheid aan. Angkor Wat is niet een bestemming die je vanuit Nederland even doet. Vanaf hier gaat het echter goed. Je bestelt bij Vietnam airlines een retour Saigon - Siem Reap en je bent al een behoorlijk eind op weg. Voor de enkeling die niet weet waar Siem Reap ligt mag ik verklappen dat dat ergens in de noordelijke helft van Cambodja te vinden is, vlak bij het Tonle Sap meer. Nou zegt dat laatste weinig want bijna iedere plaats van enige betekenis ligt aan dat meer en ik heb me laten vertellen dat 80% van de Cambodjanen, of Khmer, hun geringe inkomen verdienen door iets met, in, op of rond dit meer te doen. Behoorlijk meertje ook, het IJsselmeer past er wel een paar keer in. Siem Reap is volgens sommige bronnen de populairste reisbestemming ter wereld. En dit alles natuurlijk vanwege de duizelingwekkende hoeveelheid tempels en vergelijkbare monumenten in Angkor Wat en de aangrenzende gebieden. Tempels allemaal zo'n beetje gebouwd tussen 900 en 1200.
Dat er meer mensen geïnteresseerd zijn in het bezoeken van deze plaats bleek overigens wel uit de prijs van het vliegticket. Daar waar de binnenlandse retourtjes ergens rond de 85 euro kosten, was ik nu opeens een veelvoud kwijt. En aan de duur van de vlucht lag het niet. Wel kreeg ik nu een broodje, terwijl ik dat op de andere vluchten niet heb gekregen. Was best lekker, maar als dat het is dan wil ik een volgende keer best proberen de vlucht te overleven op een kitkat en een flesje water. Ok, genoeg Nederlands gezeur. Voor nu dan even.
Robert had Angkor Wat ook op zijn to do list staan dus was dit een mooie gelegenheid om samen te reizen. Robert is de Frans-Oostenrijkse edelman die is begonnen als Feyenoord supporter en nu voor PSV is. Met deze wetenschap is het ook verklaarbaar dat hij besloten heeft het kantoor in Breda te verruilen voor dat van Hamburg in Duitsland.
Na een vlucht van 45 minuten, landden we op het nieuwe vliegveld van Siem Reap. Het zag er in ieder geval nieuw uit. Vijf minuten na landing weet je al dat de tempels zo'n beetje de hele economie van Cambodja moeten funden. Je mag bijvoorbeeld eerst even voor 20 dollar een visum gaan regelen. Nadat ik in het vliegtuig al 30 van de beschikbare 45 minuten kwijt was met het invullen van allerlei documenten, kwam er nog maar een formuliertje bij. Met dit papiertje, een pasfoto en 20 dollar in de hand gingen we in de rij staan. Ik wees de edelman op de mogelijkheid om snel bij een totaal leeg loket ons geld af te gooien maar de verleiding om als schapen aan te sluiten in de reeds bestaande rij was te groot. Totdat een Cambodjaanse ambtenaar zowaar enige werklust aan de dag legde en in vrij duidelijk Engels de rij uitlegde dat als een bord zegt dat er twee rijen zijn, het een beetje stupide is om met zijn allen in één rij te gaan staan. Vond ik qua argument stevig genoeg en tot irritatie van de rest van het volk stond ik binnen een halve seconde met mijn snufferd vooraan bij loket twee. Na het afrekenen ging mijn paspoort en foto door de handen van zeven naast elkaar zittende beambten. Deed me denken aan het gemeentehuis in Zevenbergen waar ze graag twee juffrouwen achter de balie zetten zodat de werkdruk van het uitreiken van nummertjes om de volgorde van wachten te bepalen, niet te hoog wordt.
Het volgen van mijn paspoort was aardig genoeg om de tijd mee te doden. Zes heren keken om de beurt heel ernstig naar mijn paspoort, terwijl de ene dame nauwelijks belangstelling voor dit document had maar wel langdurig en glimlachend mijn pasfoto aan een nauwkeurig onderzoek onderwierp. Uiteindelijk mocht ik bij een andere dame mijn paspoort met visum ophalen. Een dame die ik slechts één keer op een lach heb kunnen betrappen. Hoop voor haar dat er in de volgende vlucht ook zo iemand als ik zat, anders is het een lange dag geworden.
Ondanks het hebben van het visum ben je het land nog niet in. Je moet nog even langs de douane en wat die doen is uitgebreid het visum controleren dat hun collega's er een paar minuten eerder hebben ingeplakt. Nu gun ik zeker Cambodjanen werk en een regelmatig inkomen maar dit leek me verder wel van de werkverschaffing. Al heb ik, vanuit mijn vakgebied bekeken, wel waardering voor de strikte functiescheiding die ze in de organisatie hebben weten aan te brengen.
Bij de uitgang werden we keurig opgewacht door de door mij bestelde airport pick up. Deze jongeling bleek Hai te heten, hetgeen we makkelijk vonden. We stelden ons beiden voor met een vriendelijk 'Hi Hai I'm Robert'. Hai denkt vanaf nu dat iedereen in Nederland Robert heet, wat tot ons genoegen geenszins het geval is. Wel hebben we overwogen om tot een nadere specificering over te gaan maar we vermoedden dat Robert Gerard en Robert Leendert de boel er niet duidelijker op zou maken. Moet trouwens toch eens navragen wie dat nou ook al weer was, die Leendert. Ik mag toch hopen dat de vernoeming een erfenis van enige omvang heeft opgeleverd. Het gebruikmaken van de achternaam zou met name in het geval van de edelman tot onaanvaardbaar tijdverlies leiden en we besloten vanwege de praktische bezwaren ons te beperken tot de voornaam. En als Hai daar problemen mee had , kon hij er voor kiezen om mij dan aan te spreken met Mister Robert.
Volgens Hai hadden we een van de beste hotels van Siem Reap uitgekozen, ook al qua lokatie. Omdat ik bang was dat Robert zijn backpackbudget hotelbookings modus ook hier zou aan houden, had ik aangeboden de reservering te doen en ik was toch enigszins bevreesd dat het enige vier sterren hotel dat de edelman tijdens zijn reis ging aandoen,niet aan de verwachtingen zou voldoen. Toen Hai ons inderdaad bij een erg net hotel midden in het centrum afzette, was het een mooi moment om hoog op te geven over mijn hotel inkoopvaardigheden. Voordat we uitstapten had Hai, gehaaid een opdracht binnen gehaald om ons tijdens de tempeltoernee van vervoer te voorzien en ons te vergezellen op een uitje naar een floating village later op de dag. Tevens heb ik deze zin ingestuurd naar het WK Briljante Woordgrappen 2012.
Bij de receptie slaagden we er, conform plan, redelijk snel in om de verwarring ten aanzien van onze namen tot grote hoogten te brengen. Twee mister Robert's was duidelijk wat veel gevraagd en mijn tip om de edelman Mof te noemen werd niet opgepikt. Uiteindelijk moesten we genoegen nemen met het feit dat het voltallige hotelpersoneel onze namen als running gags ging gebruiken. Het Mister Robert geroep was vanaf dat moment niet van de lucht.
Om vier uur zouden we opgehaald worden door Hai, Om de tijd te doden moesten we genoegen nemen met lunchen en zwemmen. Dit ging ons redelijk goed af. Anders dan tempels waren we ons niet bewust van een attractie maar die was er volgens Hai dus wel. De floating village op het Tonle Sap meer. We zouden daar met een bootje naar toe moeten en volgens onze gids was het keileuk.
Met de auto bleek het een half uurtje reizen te zijn. Onderweg wilde Robert graag foto's maken van lotusbloem velden. Ik was meer geïnteresseerd in de huisjes gebouwd op hoge palen. Dat ze in Amsterdam niet denken dat ze de enige zijn. Wat wel ontbrak was een in aanbouw zijnde noord-zuidlijn maar ondanks de afwezigheid van dergelijk fraai project, stonden ook hier de meeste van die huisjes op instorten. Navraag bij Hai leerde echter dat er hier wel minder over gezeverd werd. En die palen....dat was om het tapijt ook tijdens de regentijd droog te houden. Overstromingen zijn in dit gebied onderdeel van het bestaan.
Bij een hekje mochten we twee dollar de man afrekenen. Ze hebben hier wel eigen geld, de riel als ik het wel heb, maar die zijn alleen te gebruiken voor het omkopen van ambtenaren. Uit de flappentapper komen dollars Ik vond het bedrag aan de lage kant en ook onze boekhouder haalde opgelucht adem. Dat bleek voorbarig. Bij de boten aangekomen, mochten we nog eens twintig dollar de man afrekenen maar dan hadden we wel een privé boot. Dat leek mij een stuk beter dan op een boot vol Koreanen, de Duitsers van Zuidoost Azië, dat tochtje maken.
De boot bleek een houten schuit te zijn met rotan stoeltjes erop geplaatst. Plaats voor 20 man. Onze schipper deed zijn best van alles te vertellen en Robert en ik besloten de zware taak van luisteren eerlijk te verdelen. Eerst Robert een uur, daarna ik tien minuten. Die tien minuten was goed genoeg om op te vangen dat we naast het drijvende dorp ook een drijvende markt gingen bezoeken. Klonk goed.
Het tochtje duurde ruim langer dan wij, matig voorbereid als we waren, hadden bedacht, en al snel hadden we door dat de twintig dollar goed besteed waren. In het drijvende dorp hebben wij gefascineerd onze ogen de kost gegeven. Het is voor mij moeilijk voor te stellen dat je onder dergelijke omstandigheden kunt leven. Een uit schroothout en golfplaten opgetrokken bouwwerkje, dat als bijzonder kenmerk heeft dat het zowaar blijft drijven, als onderdak voor gezinnen met kinderen. Vrouwen die vrolijk hun haar aan het wassen waren in het niet al te schone water van het meer om er drie tellen later even de sla door heen te halen. Die lui moeten haast wel gepantserde maagwanden hebben, anders is het onverklaarbaar dat ze zonder problemen in dat onderdeel van het lichaam de dag doorkomen. Voordeel van deze omstandigheden is dat kinderen wel lekker vroeg kunnen zwemmen al zagen we wel een voorbeeld van een ventje dat net kon kruipen en besloten had zich richting water te begeven. Dat had mama liever niet en door middel van een ferme corrigerende tik op de bips werd de dreumes van dit feit op de hoogte gesteld. Eerst waren we geschokt maar als dit een werkende manier is om kinderen duidelijk te maken dat water gevaarlijk kan zijn, dan is enig begrip wel op zijn plaats.
Naast al die drijvende huisjes, waren er ook faciliteiten waaronder een 'power station'. Dit drijvende electriciteitshuis bestond voornamelijk uit aan elkaar geknoopte accu's en leverde volgens onze schipper stroom op om bijvoorbeeld een paar tv's werkend te krijgen. Ik heb direct gecheckt of dat ook betekende dat ze wifi hadden maar zover waren ze nog niet. De meest leuke faciliteit was echter het drijvende volleybalveld waarop de pubers uit het drijvende dorp een partijtje aan het spelen waren. En, kenner als dat ik ben, op behoorlijk niveau. Ik denk dat eerste klas Nevobo voor de meeste geen probleem zou moeten zijn, tenminste, als ze groter waren geweest dan 1 meter 60.
Onze schipper begon tijdens de sightseeing tour in het dorp weer te praten over de floating market. Aangezien het Robert zijn beurt was om te luisteren, ving ik het verhaal over arme weeskindjes maar half op. Ik snapte de link ook niet zo en concentreerde mij op het Angkor biertje dat een lief meisje van een jaar of zes voor slechts 'one dollar sir' aan ons had weten te slijten. En nee, ze hoefde niet naar school die dag, het was immers Goede Vrijdag.
Op de floating market werd heel snel duidelijk wat de link met zielige weeskindjes was. Het bleek de bedoeling om een zak rijst of een doos noodles te kopen en die dan af te leveren bij het drijvende weeshuis. De salesmannen waren erg bedreven in het verkopen van het verhaal. Zo was duidelijk dat hoe duurder het product was dat je kocht, hoe langer de weesjes te eten hadden. De topper was een baal rijst, straatwaarde een dollar of 8, die je voor 45 kon kopen. Daar zou het weeshuis, althans de kindertjes, een dag of zeven van kunnen eten.
Op zich een briljant verhaal ware het niet dat het het allemaal moeilijk te geloven was. Ik weet ook bijna zeker dat het gros van de afgeleverde producten s avonds linea recta van weeshuis naar de drijvende markt wordt teruggebracht. Ik verklaar mij nader. Als nou een jaar lang elke dag één zo'n baal zou worden verkocht, dan zouden ze dus voor 2555 dagen eten hebben. Tijdens de 15 minuten dat wij er waren, werden er al twee verkocht. En ook drie salesmannen leek me wat veel als je maar een zak rijst per week hoeft te verkopen om de kindjes in leven te houden Verder vond ik het apart dat een drijvend dorp met misschien een paar duizend inwoners, 122 wezen in de leeftijd van nul tot tien zou hebben al kan het natuurlijk zijn dat wezen uit de hele regio hier naar toe gebracht worden omdat opgroeien op een bootje nu eenmaal het beste is voor de ontwikkeling van kinderen.
Kortom, het verhaal rammelde aan alle kanten, maar het vertrouwen dat met een behoorlijk gedeelte van de opbrengsten daadwerkelijk goede dingen voor de kindjes gedaan zou worden, was toch nog groot genoeg om een doos noodles en een kratje water aan te schaffen en bij de kindjes af te gaan geven. Die kindjes leken mij eerlijk gezegd niet bijster te lijden onder de afwezigheid van papa en mama en waren druk met spelletjes. Zoals met je voetjes op twee lege petflessen gaan staan en je dan door een vriendinnetje voort te laten trekken, en gillend van de lach uit de bocht te vliegen. Ook het maken van foto's vonden ze leuk en ze wilden zelf ook graag op de foto met hun weldoeners. Los van the obvious scam was het een leuke ervaring en hopelijk levert hun marktje genoeg op om daadwerkelijk goed voorbereid te worden op een leuk leven.
Tot slot zijn we nog naar een krokodillenfarm gevaren waarbij we opnieuw ruim de gelegenheid kregen om dollars achter te laten. Dit keer voelden we geen morele verplichting in die richting en verlieten we zowaar met net zoveel geld als dat we er kwamen. Zelfs het aanschouwen van een fraaie zonsondergang was gratis.
Op de weg naar het eindstation heb ik nog even een poging gedaan om nonchalant mijn petje vanaf de boeg naar een rotanstoeltje te gooien. Het nonchalante lukte, het stoeltje werd ruim gemist zodat mijn pet te water geraakte. Terwijl ik me al neerlegde bij een total loss van het hoofddeksel zag ik een vrouw met baby in bootje als een jekko naar het petje peddelen. Ik denk dat mocht Cambodja een roeiploeg afvaardigen naar de spelen in Londen, ze er verstandig aan doen om bij de floating village even wat petjes in het water te flikkeren om zodoende de beste talenten te selecteren. Het vrouwtje kwam hoopvol kijkend het petje brengen en ik beloonde haar gul met een dollar biljet. Dat was nog eens goed besteed want ze was er zichtbaar heel erg blij mee.
Tevreden met onze aantoonbare barmhartigheid, namen we afscheid van onze schipper, die we ondanks zijn mooi opgezette valkuilen, ook maar beloonde met een extra daginkomen.
The Floating Village was een bijzondere ervaring.
Met de boot naar Cu Chi
Zestig kilometer boven Saigon liggen de Tunnels van Cu Chi. Cu Chi was tijdens de oorlog met de Fransen, maar vooral tijdens die met de Amerikanen voor de Noord-Vietnamezen een strategisch belangrijk gebied. Dat was het ook voor de Amerikanen die in de gaten hadden dat vanuit Cu Chi, zo dicht bij de hoofdstad van Zuid-Vietnam, nogal wat onheil te verwachten viel. Door de natuurlijke bescherming van de jungle te vernietigen dachten de Amerikanen dat ze het lek boven zouden hebben en het gebied in handen zouden krijgen. Daar hadden de Vietcong echter wat op gevonden. Die gingen letterlijk ondergronds. Ze groeven tunnels en hielden zich daar schuil. Vandaar ook planden ze hun guerrilla aanvallen en voerden ze ze uit. Dit tot ergernis van de Amerikanen die dit liever niet hadden.
Het tunnelsysteem was uiteindelijk 200 kilometer lang en bestond uit drie lagen. Eentje op een meter of drie, eentje op een meter of zeven en het derde niveau lag op tien meter. Er waren keukens, opslagruimtes, ruimtes om te slapen maar geen toilet, douche of tv met champions league voetbal erop. Dankzij een ingenieus ventilatiesysteem, was er soort van frisse lucht, kon de rook verdwijnen, maar kwam deze alleen aan de oppervlakte daar waar juist geen tunnel zat. Slim bekeken. De Amerikanen hadden snel genoeg door dat die tunnels er zaten maar zijn er nooit in geslaagd ze in handen te krijgen of te vernietigen. Ook niet nadat ze over het hele gebied bommentapijten hadden gelegd. Hier is men er van overtuigd dat Cu Chi cruciaal is geweest in de uiteindelijke overwinning op het Zuid-Vietnamese regime en haar handlangers uit de US, Korea en Australië.
In Saigon verkopen ze dagtripjes naar Cu Chi en Robèr en ik zijn na het uitzwaaien van Francesca op zoek gegaan naar een bureau dat het reisje kon verzorgen. Dat hadden we dankzij eerdere speurtochten van de edelman snel gevonden. Terwijl Robert de folders aan het bekijken was, zag ik dan toch eindelijk een eerste bewijs van misdaad. Twee misbakseltjes op een voorbij rijdende scooter probeerden een tas van een mevrouw te snaaien. Die mevrouw was echter weinig begaan met de ongetwijfeld nobele motieven van de ondernemende knapen en slaagde er, ook dankzij het op juiste wijze van dragen van de tas, deze in haar bezit te laten blijven. De tips terzake staan goed beschreven in de boekjes. De scooter flikkerde door het geweld nog bijna omver maar die lol werd ons helaas niet gegund. En voor de xenofoben onder ons, ja het waren buitenlanders.
Robert was inmiddels in conclaaf met een salesmeisje dat de cursus 'paaien van buitenlandse mannen van middelbare leeftijd' met goed gevolg had afgesloten. Wij waren daar natuurlijk volstrekt ongevoelig voor en even later rekenden we af.
Het was wel enigszins onduidelijk wat we nou precies geboekt hadden. Het leek er op dat we met een boot heen zouden gaan en met een bus terug. Toen toch weer heen én terug met de boot. Ook zou de boottocht één uur duren en de tocht met de bus twee uur. Genoeg informatie om voor de zekerheid de duurste trip te scoren en maar even te zien wat het precies ging worden. Ook het tijdstip van aanvang was wat verwarrend. Eerst was het zeven uur maar dat bleek uiteindelijk de aanvangstijd van de werkdag van het gediplomeerde salesmeisje te zijn. We vonden dat ze zo leuk nou ook weer niet was en specificeerden onze vragen. Vertrek werd vervolgens acht uur, toen half negen en uiteindelijk kwart over acht. Dit alles gaf mij een goed gevoel en ik besloot voor de zekerheid een starttijd van half negen in gedachten te houden. Het was wel een vrije dag hè. Gezien het takkeweer hebben we ook nog even proberen te achterhalen of de boot overdekt was maar ik moet zeggen dat haar bevestigende antwoord op dit punt naar mijn gevoel onvoldoende zekerheid gaf.
De volgende dag dus redelijk vroeg uit de veren om als eerste actie even uit het raam te kijken hoe de tyfoonvlag erbij hing. Bewolkt maar geen regen, en belangrijker nog, gewoon windkracht twee. Om één voor half negen arriveerde ik bij het bureau waar Robert én Francesca al stonden te wachten. Die laatste had een lot uit de loterij want in plaats van thuis zijn in Milaan, mocht ze nu op stap naar een bestemming die vrouwen over de hele wereld aanspreekt, samen met twee toffe gasten.
Met de bus werden we inderdaad vervoerd naar de Saigon River. Op de kade moesten we even wachten en toen werd het mij duidelijk dat van een adequate voorbereiding mijnerzijds absoluut geen sprake was. Ik had weliswaar wat eerste levensbehoeften in mijn rugzak gegooid, een kitkat en een blikje Red Bull (overigens niet te zuipen hier) maar was door alle ellende met het weer een dag eerder netjes vergeten om een zonnebril, zonnebrand en een petje mee te nemen. Redelijk irritant als de zon doorkomt in dit gedeelte van de wereld, en waar je normaal onder de voeten wordt gelopen door zonnebril entrepeneurs zag ik nu alleen een man die zijden koorden aan het verkopen was. Zo erg vond ik mijn misère nou ook weer niet en liet de koordenman voor wat hij was.
Gelukkig was de boot inderdaad overdekt hetgeen het gemis van de zojuist opgesomde artikelen voor de time being althans, draaglijk maakte. Samen met Robert ging ik rechts zitten maar om de balans van het vaartuig onder controle te houden werd ik naar een zetel links vooraan gedirigeerd. Dat was voor het eerst in mijn leven dat anderen vonden dat mijn gewicht een issue was en ik gaf snel mijn kitkat aan Francesca. Die had op de lijst gezien dat er nog iemand uit Italië aan boord zou zijn waarop wij haar trakteerden op een aantal sterke maffia en Berlusconi grappen. Het leek haar juist leuk om weer even Italiaans te praten en al snel had hij haar gevonden. Dat ging lekker vlot dus, maar de lol was van korte duur en na anderhalve minuut was het gesprek over. Navraag leerde dat de man niet helemaal haar type was: 'he smelled like a cow' hetgeen een positief effect had op de kwantiteit van onze Italië grappen.
De tocht over de Saigon River duurde, geheel volgens verwachting, twee keer zo lang als dat het gediplomeerde salesmeisje ons beloofd had. Op zich niet erg omdat er genoeg te zien was en het zo goed als windstil was. Met windkracht vier was dit tochtje al een hele spannende onderneming geworden. Nu zat het spannende in het tanken halverwege de trip. Gezien de staat van de apparatuur die daarvoor werd gebruikt, beschouw ik het als een meevaller dat de boel niet ontplofte. De benzinelucht die de rest van onze luxe cruise in de boot hing, namen we op de koop toe.
Bij aankomst in Cu Chi, was er een ruime mate aan verwarring bij ons reisgezelschap over wie nu al wel zijn ticket had betaald en wie niet. Onze gids bleek een oud strijder van het Zuid-Vietnamese leger en die was ruimschoots mans genoeg het ongenoegen van een Japans mannetje te pareren. Wel jammer was dat het Japanse mannetje meende er langdurig over te moeten praten, vooral omdat wij na het opvangen van het aroma dat hij daarbij uitstootte, geen andere conclusie konden trekken dan dat hij de afgelopen weken tuin-en slachtafval op de vuilnisbelt had gegeten. Zaak dus om strategische posities in te nemen tijdens de tour.
Die tour begon met een fijne jungletocht. Dat was eigenlijk niet de bedoeling maar volgens Robert had het gediplomeerde salesmeisje dit gemeld. In de jungle werden we langs onderdelen van de tunnels gevoerd en was er een interessante demo van de soorten vallen die de Vietcong hadden weten te creëren. Je kan het moeilijk kunst noemen maar creatief waren ze zeker. Bij het demonstreren waren de veiligheidsvoorzieningen overigens minimaal en het lijkt mij dan ook geen plek om met kleine kinderen naar toe te gaan. Ook al omdat de in ruime mate aanwezige rode mieren van een iets irritanter soort zijn dan dat we in Nederland gewend zijn, hetgeen overigens tot hysterisch gedrag leidde bij een Amerikaans meisje dat misschien beter voor het mierenvrije War Remnants museum had kunnen kiezen. Daar waren haar traantjes ook wat meer op zijn plaats geweest.
We kregen ook de mogelijkheid om in het wilde weg met automatische geweren te schieten. Was vrij prijzig en ook hier was van adequate veiligheidsmaatregelen of controles geen sprake. Er hoeft maar één randdebiel tussen te zitten en je hebt een stukje in de krant. Wij kozen voor een colaatje light terwijl een aantal mensen uit de groep het zinvol vonden om in acht seconden 12 euro in het luchtledige te schieten. Toen ook de Italiaanse cow aanstalten maakte om zijn kunsten terzake te vertonen, zochten we dekking achter een Duitser van enige omvang.
De volgende actie was dan eindelijk de tunnels zelf ervaren. In de boekjes staat te lezen dat de tunnels iets breder gemaakt zijn om ook de meer corpulente medemens iets van een ervaring mee te geven. Daar was ik blij om want na mijn gedwongen relocation in de boot, was ik daar wat bezorgd over. Francesca had even door het donkere gat (ja Thijs) naar binnen gekeken en kwam tot de conclusie dat dit niet voor haar was weg gelegd, ondanks de vele escapes die er tijdens de tunneltocht zouden zijn. Ze was niet de enige en alleen de echte tough guys durfden de helse kruiptocht aan. En ik moet zeggen, het is niet geschikt voor mensen die vinden dat een lift erg klein is. Het is op hele stukken aardedonker, warm en benauwd en ik weet ook zeker dat onze Duitse schutting hier niet in is geweest. Heel veel groter dan dat ik ben, moet je echt niet zijn om deze tocht nog enigszins vlot te kunnen volbrengen. Het is ook zo'n ervaring waarbij je na drie minuten al wel weet hoe kut dat voor die mensen was die er maanden in hebben moeten leven. Maar terug is geen optie en één van de escapes gebruiken kan natuurlijk alleen als er geen bekenden bij zijn.
Knap vermoeid en bezweet hebben we de tocht volbracht waarna Francesca wraak nam voor de Berlusconi grappen door uitgebreid onze leeftijd en de daarbij horende conditie te becommentariëren. Het laatste onderdeel zou het aanschouwen van een film worden. Maar de uitbaters van deze attractie zijn een keer op werkbezoek bij de Efteling geweest. Daar hebben ze niet heel erg gelet op welke veiligheidsmaatregelen je zoal kunt nemen, maar wel op waar je je souvenir winkels moet plaatsen. Dus daar mochten we eerst door heen. Ik heb nog even gekeken of ze replica's hadden van een van de vietcong vallen maar dat was jammer genoeg niet het geval. Dus snel door naar de filmzaal waar we werden getrakteerd op een zeer gedateerde film die te opzichtig de Vietcong en de door de goden gezonden communistische partij aan het verheerlijken waren. Denk wel dat het grappig is voor de Amerikaanse toeristen om tijdens de film een keer of zeven te moeten aanhoren dat strijders waren onderscheidden voor 'killing US' inclusief het aantal dat ze dan op hun conto hadden mogen schrijven. Ik kreeg ook de indruk dat een hoger aantal ook een hogere onderscheiding tot gevolg had. Vanuit mijn vakgebied bekeken interessant omdat je kunt stellen dat dit een vroege variant van het pay for performance systeem was. Of juist een late variant op het antieke stukloon. U zegt het maar.
Kortom, die film heeft curiositeitswaarde maar is weinig informatief. Dat waren de verhalen van onze gids veel meer. Reden genoeg om de man te verblijden met een tip, al hadden we er spijt van toen hij vertelde dat we met de bus terug moesten. Met die bus bleek overigens niks mis, airco en alles aanwezig, maar het wegdek van de gekozen route was dusdanig ruk dat ik na aankomst in Saigon blij was dat al mijn wervels nog enigszins in de buurt van de geëigende lokatie zaten.
Terug in Saigon werden we gedropt in De Tham, midden in het levendige backpacker district. Daar op zoek naar een restaurant voor een late lunch of vroeg diner. Uiteindelijk zijn we de enige tent waar mensen niet naar ons aan het zwaaien waren naar binnen gegaan: Baba's Palace, hetgeen een van de meest overdreven namen is die ik hier ben tegen gekomen. Aangezien het een Indisch restaurant betrof en Robert daar net een week of zes gebivakkeerd had, werd hij aangewezen als specialist en legden we ons culinaire lot in zijn handen. Dit met in het achterhoofd dat als het niet te eten zou zijn, we in ieder geval een schuldige konden aanwijzen, waarbij we ook al hadden afgesproken dit gegeven langdurig in zijn herinnering te houden. Robert, geboren als Feyenoord supporter, bezweek echter geenszins onder de druk en we hebben er heerlijk gegeten.
Na met een welgemeend 'see you tomorrow' wederom Francesca uitgezwaaid te hebben, ben ik nog even Ben Than market in geweest waar mijn inmiddels meedogenloze onderhandelingsvaardigheden een gemiddelde discount van 35 procent opleverden. Jammer dat ze er geen Porsches verkopen.
Saigon Adventures
Leuk. In de prehistorie was er hier een groot man. De eerste koning ever in dit land. Die grote man zorgt nog steeds voor veel plezier want zijn glorieuze bestaan leverde een welkome feestdag op. Weliswaar op zaterdag maar dat lossen ze hier simpel op door dan de maandag als alternatieve roostervrije dag in te zetten. Sympathiek. Verder wel jammer dat ze geen Pasen vieren. Maar ja, dan is het toch altijd kloteweer J
Enfin, een reuze lang weekend dus in Saigon Dat was met mijn recente uitstapjes even geleden en ik had dan ook bedacht dat de zaterdag een goed moment was om nog even wat boodschappen te doen. Naast het moeten kopen van diverse toiletartikelen, had Popje gesuggereerd een stapel inheems fruit in te slaan om op die wijze niet alleen een extra dimensie te geven aan mijn fysieke conditie maar tevens aan mijn culturele beleving.
Doordacht plan en ik liet mij dan ook door een taxi afzetten bij een van de vestigingen van Coop, een supermarktketen met aardig wat winkels in de stad. Gebruikelijk is dat voordat je de winkel ingaat je je tas afgeeft bij een soort garderobe met kluisjes. Nadat ik voor een keer besloten had me te conformeren aan de lokale gebruiken en regels, werd mij te kennen gegeven dat deze tassenregel voor iedereen geldt maar niet voor mij. Ze wisten waarschijnlijk al wie ik was en ik was dan ook zeer tevreden met de gang van zaken tot dan toe.
Eenmaal door de poortjes, kwam ik wat nieuwe uitdagingen tegen. Zo ziet de winkel er op het eerste gezicht uit als een supermarkt zoals je die in Nederland ook wel tegen komt. Er zijn echter wat verschillen. De opbouw en indeling van de productschappen is met een logica die voor de Vietnamezen goed te begrijpen zal zijn. Ik vond het echter raar dat ik wel drie schappen met noches en Pringles kon vinden, maar geen chips! Een van de hoofddoelen van mijn trip naar Coop. Na zes keer die winkel gehad te hebben, vond ik de chips eindelijk. Daar waar het natuurlijk hoort. Tussen de koffie en de baby voeding in.....en zo kan ik nog wel wat meer voorbeelden geven. Zorgt er wel lekker voor dat je even bezig bent en je je geen zorgen meer hoeft te maken wat je de rest van de ochtend allemaal nog moet doen.
Het fruit had ik ook gevonden. Dat was minder ingewikkeld omdat de fruitafdeling strategisch in het midden van de winkel geplaatst was en ook nog eens vrij groot was. Vitamine C is wel een dingetje in Vietnam. Die afdeling was niet zo groot omdat ze nou heel veel verschillende soorten fruit hadden, maar fruit in Vietnam is over het algemeen wat groter dan de aalbessen bij ons. Ook herkende ik veel fruit zoals appels. En.....nou ja, appels dus. Indachtig de tip van Popje heb ik natuurlijk het lokale fruit een half uurtje uitgecheckt. Vervolgens heb ik appels in mijn mand gegooid. Het zag er allemaal heel mooi uit maar fruit waarvan ik niet eens weet welk gedeelte nou precies voor menselijke consumptie geschikt is, ga ik natuurlijk niet kopen. En om met een meloen van vier kilo onder mijn arm door de straten van Saigon te dwalen vond ik ook geen goed plan.
In een van mijn heldere momenten, had ik ook nog bedacht dat een keer zelf koken aanvullend bewijs zou opleveren voor de mate van mijn zelfstandigheid die ik had weten te bereiken in Vietnam. Ik bedoel, ik regel zelf de was al, ik zorg ervoor mijn bed altijd is opgemaakt en heb iedere dag een schoon appartement. Een eigen maaltijd bereiden zou het helemaal af maken. Ik op zoek naar ingrediënten. Nou...in Vietnam hebben ze hele lekkere dingen. Op de plaatjes ziet het er allemaal geweldig uit. En ook de versafdeling kende een indrukwekkende uitstalling van producten waarvan ik het vermoeden had dat ze bedoeld waren om te bereiden en op te eten. Maar hoe maak je een lekkere maaltijd uit ingrediënten die je zelfs nog nooit gezien hebt? Na er 11 seconden over nagedacht te hebben, heb ik een paar extra rollen Pringles in mijn mand gegooid en ben gaan afrekenen.
Deze zaterdag was ook de dag dat ex en aanstaande collega Robert de Leeuw van Weenen Saigon zou aandoen. Robert is waarschijnlijk afkomstig van Frans-Oostenrijkse adel en heet eigenlijk Robèr Le Lion de Vienna. Dit verklaart ook zijn meer dan ongezonde voorkeur voor PSV. Maar dit terzijde.
We hadden voor zaterdagavond afgesproken en in zijn kielzog zou hij zijn reisgezel Francesca en een aantal Nederlanders mee nemen. Een van hen had 16 jaar in de stad gewoond en had zodoende wel wat tips. De eerste tip was een drankje drinken op de tweede verdieping van Pacharan Restaurant. Dat bleek een prima start van de festiviteiten en na als eerste werk even de recente ontwikkelingen in de Eredivisie doorgenomen te hebben met onze edelman (first things first), maakte ik kennis met Theo, de man van 16 jaar, die voor zaken in de stad was, Marloes, een kennis van Robert die voor zaken in de stad was, Chantal, die voor dezelfde zaken als Theo en Marloes in de stad was en Francesca die gewoon op vakantie was. Tijdens het nuttigen van een gering aantal St. Miguels, werden wetenswaardigheden uitgewisseld. Theo had bedacht dat bier drinken in een gebouw dat 'restaurant' heet en eten in een gebouw dat 'bar' heetde juiste volgordewas. Ik vond het verwarrend allemaal maar het was inderdaad een goed idee.
Temple Bar, out next stop, is een van de bekendste restaurants van de stad en ook in de lonely planet gids wordt hoog opgegeven van de prestaties van het bereidend personeel. Wat ik eerst wel jammer vond was dat de zakendames graag Vietnamees wilden eten en dat dat de reden was om daar terecht te komen. Gelukkig vervaagden mijn gedachten aan de kantine op het werk snel en mag ik melden dat Vietnamees eten wel heel lekker kan zijn. Wat mij ook genoegen deed, was dat mijn reatauranttip als 'duur' werd gekwalificeerd en de rekening hier net even iets hoger lag dan wat hij bij mijn tip was geweest. Overigens kostte het nog steeds geen drol gezien het gebodene.
Aangezien het pas half 12 was, moesten er plannen gesmeed worden voor een vervolg van de avond. En dan is het heel handig om iemand als Theo erbij te hebben. Onder de Nederlandse dames hadden we een afvaller maar met de rest van het team werd een gloednieuwe club aangedaan. Vol met kleine Vietnamese dames op hun paasbest gekleed, en US backpackknulletjes met gave Ben Than markt t-shirts met spitsvondige teksten. Na een drankje hadden we het er wel gezien en togen we naar de 'place to be': Apocalypse Now. Vond ik aparte naam voor een club in Vietnam. Voor je het weet heb je hier een restaurant dat Hamburger Hill heet. Maar goed, daar ga ik allemaal niet over.
Voordat we de club binnen konden, moesten we anderhalve ton de man afrekenen. Daar kregen we dan wel een drankje voor terug. Deed me denken aan vroeger toen het binnenkomen van dé hotspot in Klundert, Café De Beurs, ook al niet gratis was als de inspirator van Tiësto, drive-inn discotheek Quad, zijn imposante mix van precies de verkeerde top 40 liedjes en foxtrot riedels ten gehore kwam brengen.
Deze club is naar Europese maatstaven nothing fancy maar de sfeer leek me behoorlijk op orde en zelfs de prijzen van de drankjes, die nu wel redelijk op westers niveau lagen, kon de pret niet drukken. Qua muziek zijn ze nog niet helemaal bij en kwamen er nogal wat liedjes voorbij die Popje altijd zo leuk vindt op 12,5 jarige bruilofpartijtjes in café Noordhoek. Verder hou ik heel veel van haar J. Eén lied was wat moderner en heette 'I'm sexy and I know it'. Sinds een uit Oostenrijk overgewaaide rage, subtiel vastgelegd op een fraaie videoclip, ben ik alert als dit nummer wordt gedraaid. Hier hield iedereen echter zijn broek aan.
Het aanwezige vrouwvolk was er kennelijk niets aan gelegen geweest om de financiële middelen te vinden om in deze club aanwezig te kunnen zijn. Zo was er bijvoorbeeld behoorlijk bezuinigd op kleding en was met zorg voorkomen dat al te veel lichaamsdelen bedekt waren met kostbare stoffen. Dit zorgde en passant voor aanvullende funding van de te genieten drankjes daar er nogal wat westerse mannen van mijn leeftijd waren maar dan wel lelijk en met witte sokken aan. Aan aandacht van deze meisjes hadden deze knurften desondanks geen gebrek al mag ik toch echt voor die schatjes hopen dat het bij het oogsten van drankjes is gebleven. Tenzij ze graag op een boerderij willen wonen, want de meeste van die mannen zouden zomaar familie van Boer Marcel van 'Boer zoekt Vrouw' kunnen zijn.
Marloes en Theo waren inmiddels afgehaakt en toen ook Francesca aangaf dat de drankjes zijn uitwerking niet aan het missen waren, zijn we op zoek gegaan naar taxi's. Ik had natuurlijk weer een dropveter die totaal de verkeerde kant op ging en pas na drie keer, het kaartje met het adres te laten zien, tot het besef kwam dat hij fout zat. Wie heeft hier nou een biertje op? vroeg ik hem nog, maar daar begreep hij zogenaamd ook niks van. Uiteindelijk toch het hotel gevonden, nota bene op mijn aanwijzingen, en hem verteld dat hij de rupuculupus kon krijgen met zijn meterstand van 140K. Nou die had hij liever ook niet dus we settelden voor de helft, de normale prijs van Saigon center naar mijn luxe onderkomen zonder vaatwasser. Als bonus voor deze avond was ik nog net op tijd om Feyenoord - NAC te kijken. Altijd mooi, een 6-2 overwinning.
De volgende morgen heb ik dan toch eindelijk een pan uit de kast gehaald. Even wat spek en boterhammen met kaas bakken. Ging goed al duurde het een eeuwigheid met die inductieplaten. Daarna Robert gemeld dat het misschien een goed idee was als hij en Francesca alvast de markt gingen bezoeken. Die had ik immers al een paar keer gezien, en bovendien waaide het flink en plensde het van de regen. Uiteindelijk was ik keurig om vijf uur in het budget hotel van Robert teneinde Francesca, die naar Milaan zou vertrekken, uit te zwaaien. In dat hotel liepen twee schattige Vietnamese jongetjes rond van ik denk 2 en 4 jaar. De vaderlijke warmte die ik uitstraalde werd snel opgepikt en de onverdeelde aandacht van de twee was mijn deel. In het begin heel leuk maar toen ze begonnen met hun afgesabbelde boterham in mijn mond te proppen en mijn iPhone aan te raken met hun kleffe vingertjes, was het tijd voor feedback en heb ik ze beide bovenop een Boeddha beeld van twee meter hoog gezet. De veronderstelde kalmerende werking van deze lokatie viel helaas tegen.
Uiteindelijk kwam Robert, gentleman als hij is, met de rugzak van Francesca aangezet. Op de voet gevolgd door Francesca zelf die bepaald bleker zag dan de dag ervoor. Toen ik haar ter geruststelling vertelde dat het met dit weer een bumpy flight zou worden, verliet het laatste bloed haar gezicht. Ze had het niet zo op vliegen en de weerscondities maakten het er niet beter op. Robert vond dat hij met het dragen van de rugzak zijn hoffelijkheid wel voldoende getoond had dus ik mocht in de stromende regen een taxi regelen. Appeltje eitje en vrolijk zwaaiden we haar uit. Robert droog, ik zeiknat.
Gezien het weer hadden we, na exact drie seconden overleg, bedacht dat er weinig anders op zat dan Newcastle United - Liverpool te gaan kijken. Dankzij mijn voorbereidende werkzaamheden wist ik een Irish pub die niet alleen tv's hadden maar ook nog eens een pracht van een cheeseburger op het menu hadden staan. Ter voorbereiding op dit evenement, hebben we in The Refinery alvast een drankje genuttigd. Dat de stroom er vijf keer uitviel, deed ik, als zogenaamde ervaren Saigon wijsneus, nog af met ' oh dat gebeurt zo vaak'. Niks van gelogen overigens.
Dat er meer aan de hand was, bleek pas toen we bij O'Briens, de geselecteerde Irish pub, aankwamen. Na met genoegen vastgesteld te hebben dat nu ook Robert zeiknat geregend was, stapten we een schaars met kaarslicht verlichte pub binnen. Geen Ier te zien, wel Vietnamese juffies, die ons uitnodigden aan hun tafel te komen zitten nu het zo 'romantic' was met al dat kaarslicht. Navraag leerde dat er voor de pub een boom om was gegaan en bovenop de electricteitsdraden was gevallen. Dat hadden we in onze haast even niet gezien, dus gingen we snel poolshoogte nemen. Bij het aanschouwen van de ravage kostte het weinig tijd om in te schatten dat de eventueel bestelde drankjes rap lauwer zouden gaan worden, die cheeseburger weleens een riskant hapje zou kunnen worden en voetbal op tv helemaal uitgesloten zou zijn.
De keuze tussen 'romantic' aanschuiven bij de dametjes of op zoek te gaan naar een bar waar wel voetbal was te zien, was een eenvoudige. We zijn immers geen familie van Boer Marcel. In de nog steeds stromende regen zijn we wat straten afgegaan op zoek naar de juiste lokatie. Het begon wel op te vallen dat de wind lichtjes was toegenomen en we checkten dan ook nog even hoe het Francesca verging op het vliegveld van Saigon. Gezien het aantal keer dat het woord 'fuck' voorbij kwam in haar berichtjes, kregen wij het vermoeden dat ze betere tijden gekend had.
Pas toen we, na zeven omgewaaide bomen omzeild te hebben, er ook een dwars over een taxi zagen liggen, begon het besef door te dringen dat tapas eten in een restaurant op zes meter afstand zonder voetbal, vanuit veiligheidsoverwegingen te verkiezen was boven het op zoek blijven gaan naar een scherm met 22 bewegende mannetjes. Hevig teleurgesteld maar dankbaar dat dit scherpe inzicht ons leed had bespaard, dronken we manmoedig het ongenoegen weg met een fris en niet omgewaaid glas St. Miguel. De stemming sloeg helemaal om toen de tapas arriveerden en we moesten toegeven dat dit misschien nog lekkerder was dan een cheeseburger.
De stevige wind was inmiddels uitgegroeid tot een serieuze tyfoon en vanaf twee hoog hadden we mooi zicht op rond waaiende onderdelen van de stad. Ook kwam er een berichtje van Francesca binnen waarin het woord 'fuck' ontbrak. Opvallend omdat de meeste mensen juist erg boos zouden worden van een gecancelde vlucht. We besloten dan ook een einde te breien aan deze enerverende avond zodat Robert Francesca's rugzak weer naar boven kon dragen. Voordeel voor haar was dat ze nu wel mooi mee kon naar de Tunnels van Cu Chi, hetgeen ons plan voor de volgende dag was. We waren vooral blij met de bootreis die daaraan gekoppeld was. Leek ons gaaf, met windkracht 11 op de Saigon River, maar daarover later meer.
War Remnants Museum
Voor liefhebbers van 'grappige' verhaaltjes, vewijs ik u graag naar een van de andere berichten op mijn blog.
Saigon is best een grote stad en daardoor is het things to do and see lijstje van lonely planet ook enorm. Om enigszins effectief deze lijst af te managen heb ik dan ook een aantal criteria moeten loslaten op dit lijstje om tot een behapbaar aantal activiteiten te komen. Regel 1: geen pagodes bezoeken. Daar hebben ze er hier heel veel van maar voor mij zit dit een beetje in de categorie van heb je er een gezien dan heb je de anderen ook wel gezien. Dat scheelde een gebouwtje of 100. De cafés en restaurants heb ik er wel op laten staan al ga ik mijn kostbare tijd niet verspillen aan horecagelegenheden die buiten de trip advisor top vijf vallen. Ook musea wilde ik skippen, tenzij het ging over events met minstens een miljoen doden. Dat schoot niet echt op want er bleven nog tientallen musea over. Ok, ander criterium. Alle musea vallen af, behalve het War Remnants Museum. Die voldeed ook ruimschoots aan de eerder gestelde voorwaarde
Het War Remnants Museum is een absolute must see en voor mij een van de indrukwekkendste ervaringen so far. Enige jaren geleden heette dit museum nog The Museum of American War Crimes maar sinds de herstelde betrekkingen met de US , wordt dat wat al te provocerend geacht. Ik moet zeggen dat ik na het verlaten van het museum niet helemaal verbaasd was over die oude naam Ik vond het eerlijk gezegd zelfs toepasselijker dan het War Remnants museum Het was wellicht een fair deal geweest als naast dit gebouw ook een museum was geweest die de streken van de Vietcong aan een nadere beschouwing had onderworpen. Het geboden materiaal belicht vrijwel uitsluitend de wandaden van de Amerikanen, overigens veelal vastgelegd door Amerikaanse fotografen. In die zin eenzijdig al doet het besef dat wat je te zien krijg in werkelijkheid nog erger was , de gemoedstoestand geen goed.
Voor wie het nog niet duidelijk was, dit museum is vrijwel geheel gericht op de Vietnam War, of , zoals ze dat hier noemen, The American War. Dit om te duiden dat ze voor de Amerikanen ook al te stellen hadden met Fransen, Japanners en weer Fransen. Naties die overigens uiteindelijk allemaal succesvol het land uit gejaagd zijn al duurde het allemaal lang en ging het ten koste van vele inspanningen en slachtoffers.
Buiten het War Remnants Museum stonden weer rijen in kostuumpjes gehesen schoolkindertjes klaar om een onvergetelijke ervaring te gaan krijgen. En ze hadden er zo aan het gelach en gegil te horen duidelijk zin in. Dat er ook nog een aantrekkelijke man die twee keer zo lang was als papa voorbij liep deed de feestvreugde tot grote hoogten stijgen en het koste mij enige moeite om al handjesschuddend door de groepjes heen te geraken. Geheel in tegenstelling tot de beloftes op internetforums had ik daarna mijn portemonnee en iPhone nog.
Op de begane grond van het museum waren propagandaposters en pamfletten te zien uit alle landen van de wereld waarop te lezen was dat de wijze van oorlogvoering niet door eenieder als effectief en acceptabel werd ervaren. Veel uit de communistische landen natuurlijk maar ook uit andere delen van de wereld. Ik vond er slechts eentje uit Nederland hetgeen opvallend was. Meestal is ons landje er als eerste bij om de rest van de wereld uit te leggen hoe het allemaal hoort. En misschien hadden we hier een keer gelijk gehad ook.
So far redelijk te behappen allemaal. Op naar etage 1. En hier begon het gedonder. In een grote zaal wordt weinig subtiel en chronologisch even de 'schermutselingen' gedurende de Vietnam War aan de hand van, laten we zeggen indringende foto's, helder gemaakt. Ondanks de aanwezigheid van tientallen kindjes in de zaal, waarvan ik me afvroeg of dat nou eigenlijk zo'n goed idee was om die op de leeftijd van zes dit soort dingen te laten zien, was het knap stil. Een van de meest indrukwekkende muren was er eentje met foto's van neergeschoten kindjes en vrouwen op straat en andere mensen die er uitzagen alsof ze met oorlog niets te maken wilden hebben (o.a. My Lai Massacre). Vlak daarnaast hing een quote van Curtis Lemay, Commander of The Strategic Air Command: 'My solution to the problem would be to tell them frankly that they've got to draw in their horns..., or we're going to bomb them back into the Stone Age'.
Nou weet ik wel dat er in de opbouw van die reportage een vorm van effectbejag niet uit te sluiten valt maar die Curtis leek mij ondanks dat een serieuze eikel. En dat beeld werd lichtjes versterkt door de volgende muren met foto's waar duidelijk werd gemaakt dat de quote daadwerkelijk als instructie was opgevat en uitgevoerd. In ieder geval is men er uiteindelijk niet alleen in geslaagd hele delen van het land te verwoesten maar daarbij 3 miljoen Vietnamezen, waarvan twee miljoen burgers als collateral damage, om het leven te brengen. Dat zijn cijfers waar ik het knap koud van kreeg. Even los van een oordeel over de oorzaak van het conflict en het doel dat werd nagestreefd.
Na deze kamer dacht ik het ergste wel gehad te hebben. Dat was niet zo. Ik stapte een ruimte binnen waar kindjes niet werden toegelaten. Niet dat ik daar last van had gehad want die waren zonder uitzondering een knap stukje stiller dan toen ze nog buiten stonden. Maar ik had snel door waarom ze er niet in mochten. Er werd 'even' stil gestaan bij de gevolgen van 'Agent Orange'. Een bestanddeel van datspul is het waanzinnig giftige dioxine. De Amerikanen hadden in hun wijsheid besloten een litertje of 40 miljoen over Vietnam uit te strooien. Naast een vergelijkbare hoeveelheid andere chemicaliën. De gevolgen waren enorm en laten zich tot op de dag van vandaag behoorlijk gelden in de Vietnamese samenleving. Destijds kostte 'Agent Orange' 400.000 Vietnamezen direct het leven. Daarna mochten velen, overigens ook Amerikanen, die zich in de buurt van het goedje hadden opgehouden, zich 'verheugen' op een bizarre lijst van terminale aandoeningen Dat is al ongekend maar wat ook onoverkomelijk is, zijn de geboortes van kindjes met echt de meest griezelige afwijkingen. Tot op de dag van vandaag staat de teller op ruim 500.000, and counting, maar de verwachting is dat het er meer zijn. Van een paar van die kindjes had men besloten om foto's te maken en die op te hangen. Nou ben ik denk ik niet iemand die heel snel van slag is maar hier schoten de tranen van in mijn ogen. Gelukkig was ik de enige niet, anders had ik mogelijk moeten concluderen dat er een emotionele disbalans zijn intrede had gedaan. Toen ik tot slot nog een paar op sterk water gezette Agent Orange foetussen mocht aanschouwen, was ik er echt klaar mee. Wat voor drol heeft ooit verzonnen dat het gebruik van deze troep een briljant idee was?
Om een beetje bij te komen van de beelden benik weer naar beneden gegaan. Daar was een tentoonstelling van tekeningen van kinderen over oorlog, normaal iets dat ik voor kennisgeving aan zou nemen. Nu was het wel even lekker om wat anders te zien dan verwoeste gebouwen, gebieden en levens. Buiten was er nog een collectie met tanks, kanonnen en meer van dat soort spul. Voor velen misschien interessanter dan een eindeloze rij foto's maar mij doen dit soort dingen sinds mijn twaalfde niks meer. Tot slot nog een boekje gekocht bij een war veteran over dit stuk geschiedenis. Heb niet afgedongen en snel afgerekend om niet in de verleiding te komen echt alle missende onderdelen van zijn lichaam te gaan tellen. Brrrr.
Ik realiseer me dat dit voor de trouwe lezers een minder gezellig stukje is geworden dan gehoopt wellicht. Maar ik kan hier moeilijk lollig over doen en ik kan ook niet net doen alsof ik er niet geweest ben. Wat mij verder nogopvalt hier is dat die hele oorlog geen echt thema meer lijkt te zijn. Sterker nog, alles wat Amerikaans is wordt omarmt. Van de goede dingen zoals iPhone tot aan zaken waarvan je denkt, in het zo niet genoeg geweest? Ik bedoel...Mariah Carey? En heel erg lang is het allemaal niet geleden al helpt het mogelijk dat 80% van de bevolking na 1975 is geboren. Wie zal het zeggen, maar als wij soms nog steeds moeite hebben met Duitsers, dan vraag ik me af hoe ons volk er nu voor zou staan als dit gedoe ons was overkomen.
Snel naar de supermarkt nu.
Mr Robert @ Hoi An
Saigon ken ik inmiddels op mijn duimpje. De rest van Vietnam nog niet. Na even bij Alexei gecheckt te hebben wat nou eens een handige bestemming zou kunnen zijn, kwam hij met Hoi An aan zetten. Deze plaats leek mij inderdaad te voldoen aan de minimale eisen die ik heb als ik op pad ga. Zee, strand, een leuke stad, iets cultureels omdat nu eenmaal hoort, en drie miljoen beschikbare barretjes en restaurants. Oh ja, maximale reistijd twee uur en het mocht geen drol kosten. Dus om nou te zeggen dat ik veeleisend ben? Nou nee niet echt. Hoi An here I Can. Als Vietnamezen wat vrijheid hebben in het gebruik van de Engelse taal, waarom ik dan niet. Ik ben er tenslotte ook.
Om in Hoi An te geraken is het raadzaam een ticket te boeken naar Da Nang, de derde stad van Vietnam. Een vliegticket wel te verstaan.Per bus kan ook maar zo goedkoop hoefde het nou ook weer niet en weekenden duren ook hier maar twee erg korte dagen. Gelukkig geen geouweneel met zomertijd want dat uur missen kan ik hier prima missen. Na een dag keihard buffelen voor de organisatie, als een jekko mijn Northern Face rugzak volgepropt en naar het vliegveld gesjeesd. Nou ja, gesjeesd, met 25 km per uur in een taxi. Gelukkig hebben ze de luchthaven echt midden in de stad gebouwd dus je bent er ondanks het verkeer zo. Of hadden ze nou de stad om het vliegveld heen gebouwd? Nou ja wat maakt het uit. Alles maakt hier lawaai en zorgt voor luchtvervuiling dus die paar vliegtuigen kunnen er ook wel bij. Ik was in mijn vorige verslag trouwens nog vergeten te melden dat landen in Saigon wel een belevenis is, juist omdat het midden in de stad is. Vanuit de lucht is goed waar te nemen wat een immense stad het is. Zo ver als dat je kunt kijken zie je niks anders dan stad. Met het geschatte aantal van 16 miljoen inwoners is het niet eens de grootste stad in Azië maar het feit dat er nauwelijks hoogbouw is, zorgt er voor dat het stedelijk gebied echt enorm is. Zo heb ik vast al eens gemeld dat het ritje van Saigon naar het werk iets van 50 kilometer is maar je bent die hele 50 kilometer geen moment echt de stad uit.
Bij het inchecken kreeg ik alweer te horen dat ik naar Gate 14 moest. Aangezien ik in 100% van mijn tripjes bij die Gate uitgekomen ben, heb ik een verzoek ingediend om deze Gate om te dopen. Of ik een naam in gedachten had. Zit zelf te denken aan mr Robert's Gate maar wie weet is er een passender naam te vinden.
Aangezien ik er door de haast niet meer in geslaagd was een maaltijd te nuttigen ging ik op zoek naar een eettentje. Daar was ik snel mee klaar. Die is er niet. Met een rol vanillekoekjes en een blikje Heineken als voorraad toog ik dan ook naar de wachtruimte. Daar zat ik drie minuten toen ik in mijn ooghoek een Vietnamees meisje met haar moeder ontwaarde. Het meisje stootte mama aan en twaalf seconden later zat ze naast me. En haar mama daar weer naast. Ze besloot dat ik een vriendelijke uitstraling had en knoopte een praatje aan. Hoe ik heette. Ik antwoordde geheel naar waarheid en besloot de voor de hand liggende wedervraag te stellen. 'My name is Yen mr Robert'. Vervolgens kreeg ik een spervuur van vragen op me af. Waar ik vandaan kwam? Na eerst The Netherlands , daarna Holland, toen Noordhoek, vervolgens Rotterdam en uiteindelijk zelfs Amsterdam geprobeerd te hebben, gaf ik het op en vertelde dat ik uit Germany kwam. Maar tot mijn opluchting bleef het vraagteken boven Yen's hoofd cirkelen. In haar beleving komen mensen uit Vietnam, China, Da Nang of Amerika. Hoe oud ik was. Na enige twijfel besloot ik ook deze vraag naar waarheid te antwoorden. Had ze niet gedacht en ik vond haar erg oprecht overkomen. Zelf was ze pas 24. Of ik getrouwd was en kinderen had. Bij het noemen van het aantal kinderen was ze zwaar onder de indruk. Zelf was ze ook getrouwd en had ze geen kinderen. Het gezicht dat ze hierbij trok deed mij vermoeden dat een bepaalde mate van teleurstelling inzake de viriliteit van haar echtgenoot zich meester van haar aan het maken was. Zeker nu ze hoorde dat het ook anders kon. Toen ik ook besloten had de vraag hoe duur het appartement waarin ik verblijf is, te beantwoorden, was ze helemaal klaar met haar echtgenoot en bereid terstond met mij in het huwelijk te treden. Ik kreeg de indruk dat ook haar mama dat een goed idee vond. Helaas moesten we toen het vliegtuig in en ik zag dat Yen moeite met dit moment had. Ze vroeg nog even welke stoel ik had en ze trok wit weg toen bleek dat zeker 15 rijen ons scheidden van eeuwig geluk. Ik vond het allang best en vrees voor Yen dat ze zich nog even door haar huidige huwelijk moet zien heen te slaan.
De vlucht zelf was voor Popje waarschijnlijk wederom aanleiding geweest om een busrit van een uur of tig te verkiezen boven deze wijze van reizen. Enige turbulentie viel mij wel lichtjes op. Desondanks slaagden we erin levend Da Nang te bereiken. Bij de bagageband zag Yen haar kans nog schoon om uit te leggen dat Da Nang fantastisch is en dat het in haar ogen verspilde moeite was om door te reizen naar Hoi An. Ik meldde haar dat ik het hotel al betaald had en ze vroeg hoeveel dat dan was geweest. Na overleg met haar mama bleek het bedrag toch iets te hoog om af te kopen en treurend nam ze afscheid van mr Robert.
In het vliegtuig zelf kwam ik te zitten naast Tran en Hang. Tenminste dat verstond ik na zeven keer 'what is you name?' gevraagd te hebben. Tran en Hang spraken, overigens net als Yen, behoorlijk Engels. Ze bestaan dus wel, Vietnamezen die Engels spreken, alleen is dat vooralsnog geen doorslaggevende factor gebleken in ons eigen aannamebeleid. Ook Tran en Hang hadden duidelijk behoefte om hun Engels aan te scherpen en de inmiddels vertrouwde lijst aan vragen werd op mij afgevuurd. Aangezien het stelletje op pad ging om foto's te maken voor hun aanstaande huwelijk, heb ik, om ieder risico uit te sluiten, de huurprijs van het appartement met 90% verlaagd en mijn leeftijd met 10 jaar verhoogd. Beide werd niet geloofd maar een crisis nog voor het huwelijk was aangevangen was desondanks adequaat bezworen.
De luchthaven van Da Nang is een van de vele bewijzen dat het met Vietnam wel goed lkomt in economisch opzicht. De aankomsthal is hagelnieuw en kan de vergelijking met ieder vliegveld dat ik ken moeiteloos aan. De bij Agoda aangevraagde hotel pick-up was niet helemaal doorgekomen en na enig zoeken, lees uit 20 gillende chauffeurs een keuze maken, stapte ik in de vertrouwde Maylinh taxi. Het eerste wat opviel was dat het verschrikkelijk rustig was in de straten. Natuurlijk waren er wel wat auto's en scooters maar niet heel veel meer dan in pakweg Breda. Een verademing en verrassing tegelijkertijd. Ook zag het stuk van Da Nang waar wij door heen reden er een stuk verzorgder en frisser uit dan het op alle vlakken chaotische Saigon. Hoi An, de plaats van bestemming was ruim een half uur rijden. Het irriteerde dat de taximeter een stuk sneller ging dan in Saigon en net op het moment dat ik de chauffeur uit de auto wilde gooien om hem de gevolgen van het tillen van mr Robert aan den lijve te laten ondervinden, schoot het mij te binnen dat je per kilometer betaalt. In Saigon doe je echter een kwartier over een kilometer en op de lege en brede wegen in dit gedeelte van Vietnam een minuut. Logisch dus dat die meter 15 x sneller gaat.
Uiteindelijk kwam ik om 23.00 aan in hotel Hoi An Pacific. Best hongerig maar helaas was de keuken al gesloten. In Vietnam zijn ze niet zo van die nachtbrakers dus ik was aangewezen op de faciliteiten die mij werden aangeboden op de in koloniale stijl opgetrokken hotelkamer. Ik lees de VT Wonen niet en had dan ook geen idee wat dat dan precies is, die koloniale stijl, maar dat stond in de beschrijving van het hotel. Ik zag in ieder geval geen tralies en ook een zweep kon ik zo snel niet vinden. Wellicht dat het kierende raam de term 'koloniaal' rechtvaardigde of het feit dat de in de minibar aanwezige flessen bier de merknaam LaRue kenden. Een biermerk uit Da Nang en ongetwijfeld een overblijfsel uit het Franse koloniale verleden. Naast dit prima bier waren er Pringles, noches en iets waarvan ik dacht dat het van die lekkere frietjes waren maar gedroogde sinaasappelschilsliertjes bleken te zijn. Of zoiets. Ik heb niet de moeite van een tweede hap genomen om te geraken tot een nadere specificering van de smaaksensatie die mij bij het nuttigen van de sliertjes ten deel viel.
Bij het checken van de kamer ben ik de uitdaging aangegaan het openstaande raam dicht te krijgen. Een open raam leek mij gezien de aanwezigheid van airco niet nodig. Na een kwartiertje begreep ik waarom dat raam open was. De anderen hadden het ook niet dicht gekregen. Tijd voor geweld dus. Na een stoelpoot van een koloniale zetel te hebben afgeschroefd, heb ik die gebruikt om met een paar ferme tikken het raam in zijn sponning te hengsten. Vervolgens de stoel terug gebracht in de oorspronkelijke en authentieke koloniale stijl en klaar was kees. Zo moeilijk is het leven niet als je een beetje handig bent. Bovendien bleek mijn volharding s nachts zijn waarde al te hebben. Waarom niemand mij verteld had dat het in Hoi An kutweer kon zijn, kan ik wel mee leven maar dat het het daadwerkelijk was al een stuk minder. Wat een storm. Als ik tijdens die storm het raam dicht had moeten doen, had ik een ongeschonden koloniale zetel niet kunnen garanderen.
Zaterdag vroeg uit de veren om het plan dat ik had opgesteld in zijn volledigheid uit te voeren. 's Ochtends naar de ancient town of Hoi An en 's middags vegeteren op het strand dan wel aan het zwembad. Na een meer dan uitstekend continentaal ontbijtbuffet genoten te hebben, ben ik een kwartier later nog een keer gaan ontbijten. Dat is het voordeel van alleen reizen, dat je lekker ruim slaapt en dat je van alle waardebonnen twee stuks krijgt. Zo ook voor het ontbijt en ik vond het zonde de vouchers ongebruikt te laten.
Om tien uur al liet ik mij door de hotelshuttle afzetten in Hoi An. Het bijzondere aan het plaatsje is dat vrijwel alle gebouwtjes in het oude centrum meer dan 500 jaar oud zijn en de Amerikanen het niet hebben gebombardeerd Gebouwd in een Japanse of Chinese periode dat ben ik even kwijt. Het hele centrum staat dan ook op de werelderfgoed lijst van de Unesco.. Een lijst die ik tot voor kort eerlijk gezegd een stuk minder boeiend vond dan bijvoorbeeld de lijst van beste rockplaten uit de jaren 80, maar nu ik er toch was, vond ik het wel een boeiend gegeven. Wat ze in Hoi An ook hebben, is 500 kleermakers. En die wilden echt allemaal een pak voor me maken. Ik kon me dat voorstellen. Zo vaak zullen ze daar niet de gelegenheid hebben om hun veel geroemde skills op ideale pasmaten los te laten. Ik heb het eerlijk gezegd overwogen, aangezien de temperatuur in Hoi An nou niet je van het was en ik, op basis van de immer betrouwbare informatie van weeronline er niet aan had gedacht mijn winterjas mee te nemen. Of iets anders met lange mouwen. Ik denk dat het hooguit 23 graden was. Dus een kek colbertje leek me een goede oplossing. Wilden ze er een dag over doen? Laat dan maar, als je geen geld wilt verdienen, dan moet je het zelf maar weten.
Wie wel geld wilden verdienen, waren de talloze vrouwtjes die op een werkelijke briljant chaotische en claustrofobische markt hun spulletjes vooral aan mij wilden verkopen. Maar hoe leg je aan schattige maar vooral erg vasthoudende meisjes uit dat je hun handgemaakte zijden slopen weliswaar erg mooi vindt, maar dat je nu eenmaal prefereert om onder een Donald Duck dekbed van de Ikea te liggen? Wat de markt beleving compleet maakte , was dat hij overdekt was, het dak op 1,80 was geplaatst en het ok was om met je scooter door de marktstraatjes van maximaal 50 centimeter breed te crossen. Klinkt vervelend allemaal maar heb me er prima mee vermaakt.
En Hoi An zelf? Een prachtig en heel gezellig plaatsje. De inderdaad stokoude gebouwen zijn goed onderhouden en er zitten bijzondere exemplaren tussen. Volgende keer als ik er ben, zal ik er eens een paar foto's van maken. Ook kwam ik nog terecht bij een of andere traditionele dans en muziekvoorstelling. Heb ik toch zeker een minuut of drie geboeid naar staan kijken al zal ik eerlijk bekennen dat mijn aandacht meer uitging naar de schoonheid van de uitvoerenden dan naar die van de uitvoering zelf. Al is het natuurlijk wel cool als je met een terracotta wasmand op je hoofd rondjes kunt draaien zonder dat die wasmand de wet van Newton van aanvullend empirisch materiaal voorziet. Bij het verlaten van het theatertje kwam ik tot de ontdekking dat ik het kaartenverkoopstertje letterlijk over het hoofd had gezien.
Tevreden met deze onverwachte meevaller, besloot ik dan ook even flink de bloemetjes buiten te zetten en ik zetelde mij neder op een stoel die mij uit het koloniale tijdperk leek te komen. Ik bestelde een koffie en vroeg of er gratis koekjes bij zaten. Tot mijn schrik zat ik naast drie vitale bejaarden uit Nederland en aangezien ze een interessant gesprek hadden waarbij alle medereizigers uit de vitale bejaardenreisgroep even door de mangel werden gehaald, antwoordde ik op hun vraag waar ik vandaan kwam, dat dat Holbrooke, Wisconsin was. Geen idee hoe ik er op kwam maar ik vond het wel grappig dat het rijmde op lolbroek. En zo kon ik ongestoord hun gezever verder aanhoren. Geëmmer over dat het water van de douche niet altijd warm was, ze ook wel eens wat anders wilden eten dan rijst, als ze wijn bestelden een borrel kregen met 40% alcohol (rijstwijn), de gids de twee laatste letters van de meeste woorden inslikte, alle andere Nederlanders eikels waren en hoe de wereld er toch een stuk beter uit zou zien als iedereen zo zou zijn als dat zij waren. 'Maybe you should try an all inclusive resort in Turkey next time', suggereerde ik. Zonder dat ze het bijzonder vonden dat iemand uit Holbrooke Wisconsin hun zorgen had weten te ontcijferen, vertelden ze dat ze dat de afgelopen acht jaar hadden gedaan en wel eens wat anders wilden. 'Did you have warm water there?' Dat was het geval. 'Now that's a difference than, congratulations on your choice of destination'.
Na met plezier en op mijn gemakje het hele stadje verkend te hebben, ben ik terug gegaan naar het koloniale hotel om mij voor te bereiden op het strand. Die voorbereiding was van korte duur. Geen strandweer, althans niet de versie die ik prefereer Voor liefhebbers van het bezoeken van de boulevard van Scheveningen in november was dit misschien anders geweest. Er zat niets anders op dan even wat rust te pakken en terug naar de stad te gaan voor een late afternoon borrel en aansluitende copieuze maaltijd.
De rit terug naar de stad maakte ik met twee stellen uit Vancouver Canada die gokten dat ik uit Nederland kwam. Ik was teleurgesteld dat ze niet dachten dat ik uit Holbrooke kwam, maar dat kwam doordat hun buren uit Nederland kwamen. Dus herkenden ze, zij het vaag, het accent Ze checkten ook nog even wat 'gofferdomme' precies betekende want dat zei de buurman nogal vaak. Ik wist natuurlijk niet of ze religieus waren ofzo dus ik heb het voor de zekerheid maar vertaald als 'stupid neighbors'.
De faciliteiten voor borrelen en eten zijn in Hoi An meer dan uitstekend. Aan de haven met gezellig uitzicht op bootjes, wie had dat gedacht, me tegoed gedaan aan het lokale LaRue bier. Goed te doen en haast gratis. Daarna op zoek gegaan naar het lonely planet en trip advisor aanbevolen top restaurant. Nu werd er al voorzichtig geschreven dat de entourage niet het sterkste punt was maar het feit dat ze ook geen wifi hadden, deed de deur dicht. Op zoek naar nummer twee van de lijst, en die was qua entourage, qua wifi en qua eten helemaal geweldig. Ik heb me gewaagd aan de lokale specialiteiten en die waren zeer lekker. Voor de zekerheid had ik ook french fries besteld.
In het busje terug naar het hotel, raakte ik aan de praat met Stacey, ook al uit Canada. Toronto dit keer Aangezien ik het prettig vond om eens met iemand te praten die het Engels bijna net zo goed machtig is als ik, nodigde ik haar uit voor een biertje in de hotelbar. Ik kreeg eindelijk andere vragen dan de kosten van het appartement en het was een verademing om mijn eigen vragen een keer niet in een steeds lager tempo zeven keer te hoeven herhalen. Als ik er zo over nadenk, was dit de eerste keer sinds mijn praatje met Mike dat ik een echt gesprek had. Gold voor haar denk ik ook wel een beetje want haar reizen door Azië had veel lokale vrienden en de daarbij horende oppervlakkige gesprekken opgeleverd. Na sluitingstijd werden we de bar uit gekegeld. Dat klinkt als heavy shit maar dat was om 23 uur. Kon ook wel na een nacht wakker liggen van de storm en vanaf de vroege morgen een hele dag in touw.
De volgende dag was ik een stuk later wakker hetgeen ik jammer vond omdat de mogelijkheid om beide ontbijt vouchers te gebruiken daarmee teniet was gedaan. Om dit te compenseren heb ik extra veel opgeschept en de helft laten staan. Daarna ben ik conform plan aan het zwembad gaan liggen. Ik had het hotel nota bene geselecteerd op basis van het plaatje van het zwembad. En dat het in koloniale stijl was. De eerste paar uurtjes was het nog goed te doen en relaxen met een gezellig boek over de Vietnam War is niet echt een straf. Maar gaandeweg werd het wel erg fris en toen Stacey zich meldde met een uitnodiging voor een hapje in Hoi An, was ik snel overgehaald.
We zijn eerst nog een keer over de markt gelopen want die had ze nog niet gehad. Haar collectie piercings zorgde voor bekijks en de verkoopstertjes waren dit keer nog hardnekkiger. Daar waren we snel mee klaar. Even een biertje in het centrum gedronken en het hapje aan de haven genuttigd. We slaagden erin om gegeten en gedronken te hebben voor 200000 dong. Met de huidige koers is dat 7 euro 20. Voor de duidelijkheid, dat was de totaalprijs voor twee personen. En lekker spulleke. Helaas was er geen tijd meer voor een ijsje want mijn terugreis naar Da Nang stond gepland voor half 7. Op het vliegveld nog even met Popje gebeld. Ook Viber werkt hier prima en free wireless is everywhere. In het vliegtuig zat ik tot wederzijdse verrassing weer naast Tran en Hang, al hadden ze nu beduidend minder vragen. Wel hadden ze het koud gehad en evenals ik met kun kledingkeuze niet echt ingespeeld op de plotse klimaatwisseling. In Saigon was het gelukkig weer lekker warm.