RobHCMC.reismee.nl

Cambodja Day 1: Tonle Sap Lake

Angkor Wat. Sinds ik een gelijknamig nummer van de vergane symphorockglorie Yes ken, is deze mysterieuze naam bij mij blijven hangen. En de eerste keer dat ik dat nummer hoorde is al behoorlijk lang geleden. En nu was ik soort van in de buurt en diende zich een now or never gelegenheid aan. Angkor Wat is niet een bestemming die je vanuit Nederland even doet. Vanaf hier gaat het echter goed. Je bestelt bij Vietnam airlines een retour Saigon - Siem Reap en je bent al een behoorlijk eind op weg. Voor de enkeling die niet weet waar Siem Reap ligt mag ik verklappen dat dat ergens in de noordelijke helft van Cambodja te vinden is, vlak bij het Tonle Sap meer. Nou zegt dat laatste weinig want bijna iedere plaats van enige betekenis ligt aan dat meer en ik heb me laten vertellen dat 80% van de Cambodjanen, of Khmer, hun geringe inkomen verdienen door iets met, in, op of rond dit meer te doen. Behoorlijk meertje ook, het IJsselmeer past er wel een paar keer in. Siem Reap is volgens sommige bronnen de populairste reisbestemming ter wereld. En dit alles natuurlijk vanwege de duizelingwekkende hoeveelheid tempels en vergelijkbare monumenten in Angkor Wat en de aangrenzende gebieden. Tempels allemaal zo'n beetje gebouwd tussen 900 en 1200.

Dat er meer mensen geïnteresseerd zijn in het bezoeken van deze plaats bleek overigens wel uit de prijs van het vliegticket. Daar waar de binnenlandse retourtjes ergens rond de 85 euro kosten, was ik nu opeens een veelvoud kwijt. En aan de duur van de vlucht lag het niet. Wel kreeg ik nu een broodje, terwijl ik dat op de andere vluchten niet heb gekregen. Was best lekker, maar als dat het is dan wil ik een volgende keer best proberen de vlucht te overleven op een kitkat en een flesje water. Ok, genoeg Nederlands gezeur. Voor nu dan even.

Robert had Angkor Wat ook op zijn to do list staan dus was dit een mooie gelegenheid om samen te reizen. Robert is de Frans-Oostenrijkse edelman die is begonnen als Feyenoord supporter en nu voor PSV is. Met deze wetenschap is het ook verklaarbaar dat hij besloten heeft het kantoor in Breda te verruilen voor dat van Hamburg in Duitsland.

Na een vlucht van 45 minuten, landden we op het nieuwe vliegveld van Siem Reap. Het zag er in ieder geval nieuw uit. Vijf minuten na landing weet je al dat de tempels zo'n beetje de hele economie van Cambodja moeten funden. Je mag bijvoorbeeld eerst even voor 20 dollar een visum gaan regelen. Nadat ik in het vliegtuig al 30 van de beschikbare 45 minuten kwijt was met het invullen van allerlei documenten, kwam er nog maar een formuliertje bij. Met dit papiertje, een pasfoto en 20 dollar in de hand gingen we in de rij staan. Ik wees de edelman op de mogelijkheid om snel bij een totaal leeg loket ons geld af te gooien maar de verleiding om als schapen aan te sluiten in de reeds bestaande rij was te groot. Totdat een Cambodjaanse ambtenaar zowaar enige werklust aan de dag legde en in vrij duidelijk Engels de rij uitlegde dat als een bord zegt dat er twee rijen zijn, het een beetje stupide is om met zijn allen in één rij te gaan staan. Vond ik qua argument stevig genoeg en tot irritatie van de rest van het volk stond ik binnen een halve seconde met mijn snufferd vooraan bij loket twee. Na het afrekenen ging mijn paspoort en foto door de handen van zeven naast elkaar zittende beambten. Deed me denken aan het gemeentehuis in Zevenbergen waar ze graag twee juffrouwen achter de balie zetten zodat de werkdruk van het uitreiken van nummertjes om de volgorde van wachten te bepalen, niet te hoog wordt.

Het volgen van mijn paspoort was aardig genoeg om de tijd mee te doden. Zes heren keken om de beurt heel ernstig naar mijn paspoort, terwijl de ene dame nauwelijks belangstelling voor dit document had maar wel langdurig en glimlachend mijn pasfoto aan een nauwkeurig onderzoek onderwierp. Uiteindelijk mocht ik bij een andere dame mijn paspoort met visum ophalen. Een dame die ik slechts één keer op een lach heb kunnen betrappen. Hoop voor haar dat er in de volgende vlucht ook zo iemand als ik zat, anders is het een lange dag geworden.

Ondanks het hebben van het visum ben je het land nog niet in. Je moet nog even langs de douane en wat die doen is uitgebreid het visum controleren dat hun collega's er een paar minuten eerder hebben ingeplakt. Nu gun ik zeker Cambodjanen werk en een regelmatig inkomen maar dit leek me verder wel van de werkverschaffing. Al heb ik, vanuit mijn vakgebied bekeken, wel waardering voor de strikte functiescheiding die ze in de organisatie hebben weten aan te brengen.

Bij de uitgang werden we keurig opgewacht door de door mij bestelde airport pick up. Deze jongeling bleek Hai te heten, hetgeen we makkelijk vonden. We stelden ons beiden voor met een vriendelijk 'Hi Hai I'm Robert'. Hai denkt vanaf nu dat iedereen in Nederland Robert heet, wat tot ons genoegen geenszins het geval is. Wel hebben we overwogen om tot een nadere specificering over te gaan maar we vermoedden dat Robert Gerard en Robert Leendert de boel er niet duidelijker op zou maken. Moet trouwens toch eens navragen wie dat nou ook al weer was, die Leendert. Ik mag toch hopen dat de vernoeming een erfenis van enige omvang heeft opgeleverd. Het gebruikmaken van de achternaam zou met name in het geval van de edelman tot onaanvaardbaar tijdverlies leiden en we besloten vanwege de praktische bezwaren ons te beperken tot de voornaam. En als Hai daar problemen mee had , kon hij er voor kiezen om mij dan aan te spreken met Mister Robert.

Volgens Hai hadden we een van de beste hotels van Siem Reap uitgekozen, ook al qua lokatie. Omdat ik bang was dat Robert zijn backpackbudget hotelbookings modus ook hier zou aan houden, had ik aangeboden de reservering te doen en ik was toch enigszins bevreesd dat het enige vier sterren hotel dat de edelman tijdens zijn reis ging aandoen,niet aan de verwachtingen zou voldoen. Toen Hai ons inderdaad bij een erg net hotel midden in het centrum afzette, was het een mooi moment om hoog op te geven over mijn hotel inkoopvaardigheden. Voordat we uitstapten had Hai, gehaaid een opdracht binnen gehaald om ons tijdens de tempeltoernee van vervoer te voorzien en ons te vergezellen op een uitje naar een floating village later op de dag. Tevens heb ik deze zin ingestuurd naar het WK Briljante Woordgrappen 2012.

Bij de receptie slaagden we er, conform plan, redelijk snel in om de verwarring ten aanzien van onze namen tot grote hoogten te brengen. Twee mister Robert's was duidelijk wat veel gevraagd en mijn tip om de edelman Mof te noemen werd niet opgepikt. Uiteindelijk moesten we genoegen nemen met het feit dat het voltallige hotelpersoneel onze namen als running gags ging gebruiken. Het Mister Robert geroep was vanaf dat moment niet van de lucht.

Om vier uur zouden we opgehaald worden door Hai, Om de tijd te doden moesten we genoegen nemen met lunchen en zwemmen. Dit ging ons redelijk goed af. Anders dan tempels waren we ons niet bewust van een attractie maar die was er volgens Hai dus wel. De floating village op het Tonle Sap meer. We zouden daar met een bootje naar toe moeten en volgens onze gids was het keileuk.

Met de auto bleek het een half uurtje reizen te zijn. Onderweg wilde Robert graag foto's maken van lotusbloem velden. Ik was meer geïnteresseerd in de huisjes gebouwd op hoge palen. Dat ze in Amsterdam niet denken dat ze de enige zijn. Wat wel ontbrak was een in aanbouw zijnde noord-zuidlijn maar ondanks de afwezigheid van dergelijk fraai project, stonden ook hier de meeste van die huisjes op instorten. Navraag bij Hai leerde echter dat er hier wel minder over gezeverd werd. En die palen....dat was om het tapijt ook tijdens de regentijd droog te houden. Overstromingen zijn in dit gebied onderdeel van het bestaan.

Bij een hekje mochten we twee dollar de man afrekenen. Ze hebben hier wel eigen geld, de riel als ik het wel heb, maar die zijn alleen te gebruiken voor het omkopen van ambtenaren. Uit de flappentapper komen dollars Ik vond het bedrag aan de lage kant en ook onze boekhouder haalde opgelucht adem. Dat bleek voorbarig. Bij de boten aangekomen, mochten we nog eens twintig dollar de man afrekenen maar dan hadden we wel een privé boot. Dat leek mij een stuk beter dan op een boot vol Koreanen, de Duitsers van Zuidoost Azië, dat tochtje maken.

De boot bleek een houten schuit te zijn met rotan stoeltjes erop geplaatst. Plaats voor 20 man. Onze schipper deed zijn best van alles te vertellen en Robert en ik besloten de zware taak van luisteren eerlijk te verdelen. Eerst Robert een uur, daarna ik tien minuten. Die tien minuten was goed genoeg om op te vangen dat we naast het drijvende dorp ook een drijvende markt gingen bezoeken. Klonk goed.

Het tochtje duurde ruim langer dan wij, matig voorbereid als we waren, hadden bedacht, en al snel hadden we door dat de twintig dollar goed besteed waren. In het drijvende dorp hebben wij gefascineerd onze ogen de kost gegeven. Het is voor mij moeilijk voor te stellen dat je onder dergelijke omstandigheden kunt leven. Een uit schroothout en golfplaten opgetrokken bouwwerkje, dat als bijzonder kenmerk heeft dat het zowaar blijft drijven, als onderdak voor gezinnen met kinderen. Vrouwen die vrolijk hun haar aan het wassen waren in het niet al te schone water van het meer om er drie tellen later even de sla door heen te halen. Die lui moeten haast wel gepantserde maagwanden hebben, anders is het onverklaarbaar dat ze zonder problemen in dat onderdeel van het lichaam de dag doorkomen. Voordeel van deze omstandigheden is dat kinderen wel lekker vroeg kunnen zwemmen al zagen we wel een voorbeeld van een ventje dat net kon kruipen en besloten had zich richting water te begeven. Dat had mama liever niet en door middel van een ferme corrigerende tik op de bips werd de dreumes van dit feit op de hoogte gesteld. Eerst waren we geschokt maar als dit een werkende manier is om kinderen duidelijk te maken dat water gevaarlijk kan zijn, dan is enig begrip wel op zijn plaats.

Naast al die drijvende huisjes, waren er ook faciliteiten waaronder een 'power station'. Dit drijvende electriciteitshuis bestond voornamelijk uit aan elkaar geknoopte accu's en leverde volgens onze schipper stroom op om bijvoorbeeld een paar tv's werkend te krijgen. Ik heb direct gecheckt of dat ook betekende dat ze wifi hadden maar zover waren ze nog niet. De meest leuke faciliteit was echter het drijvende volleybalveld waarop de pubers uit het drijvende dorp een partijtje aan het spelen waren. En, kenner als dat ik ben, op behoorlijk niveau. Ik denk dat eerste klas Nevobo voor de meeste geen probleem zou moeten zijn, tenminste, als ze groter waren geweest dan 1 meter 60.

Onze schipper begon tijdens de sightseeing tour in het dorp weer te praten over de floating market. Aangezien het Robert zijn beurt was om te luisteren, ving ik het verhaal over arme weeskindjes maar half op. Ik snapte de link ook niet zo en concentreerde mij op het Angkor biertje dat een lief meisje van een jaar of zes voor slechts 'one dollar sir' aan ons had weten te slijten. En nee, ze hoefde niet naar school die dag, het was immers Goede Vrijdag.

Op de floating market werd heel snel duidelijk wat de link met zielige weeskindjes was. Het bleek de bedoeling om een zak rijst of een doos noodles te kopen en die dan af te leveren bij het drijvende weeshuis. De salesmannen waren erg bedreven in het verkopen van het verhaal. Zo was duidelijk dat hoe duurder het product was dat je kocht, hoe langer de weesjes te eten hadden. De topper was een baal rijst, straatwaarde een dollar of 8, die je voor 45 kon kopen. Daar zou het weeshuis, althans de kindertjes, een dag of zeven van kunnen eten.

Op zich een briljant verhaal ware het niet dat het het allemaal moeilijk te geloven was. Ik weet ook bijna zeker dat het gros van de afgeleverde producten s avonds linea recta van weeshuis naar de drijvende markt wordt teruggebracht. Ik verklaar mij nader. Als nou een jaar lang elke dag één zo'n baal zou worden verkocht, dan zouden ze dus voor 2555 dagen eten hebben. Tijdens de 15 minuten dat wij er waren, werden er al twee verkocht. En ook drie salesmannen leek me wat veel als je maar een zak rijst per week hoeft te verkopen om de kindjes in leven te houden Verder vond ik het apart dat een drijvend dorp met misschien een paar duizend inwoners, 122 wezen in de leeftijd van nul tot tien zou hebben al kan het natuurlijk zijn dat wezen uit de hele regio hier naar toe gebracht worden omdat opgroeien op een bootje nu eenmaal het beste is voor de ontwikkeling van kinderen.

Kortom, het verhaal rammelde aan alle kanten, maar het vertrouwen dat met een behoorlijk gedeelte van de opbrengsten daadwerkelijk goede dingen voor de kindjes gedaan zou worden, was toch nog groot genoeg om een doos noodles en een kratje water aan te schaffen en bij de kindjes af te gaan geven. Die kindjes leken mij eerlijk gezegd niet bijster te lijden onder de afwezigheid van papa en mama en waren druk met spelletjes. Zoals met je voetjes op twee lege petflessen gaan staan en je dan door een vriendinnetje voort te laten trekken, en gillend van de lach uit de bocht te vliegen. Ook het maken van foto's vonden ze leuk en ze wilden zelf ook graag op de foto met hun weldoeners. Los van the obvious scam was het een leuke ervaring en hopelijk levert hun marktje genoeg op om daadwerkelijk goed voorbereid te worden op een leuk leven.

Tot slot zijn we nog naar een krokodillenfarm gevaren waarbij we opnieuw ruim de gelegenheid kregen om dollars achter te laten. Dit keer voelden we geen morele verplichting in die richting en verlieten we zowaar met net zoveel geld als dat we er kwamen. Zelfs het aanschouwen van een fraaie zonsondergang was gratis.

Op de weg naar het eindstation heb ik nog even een poging gedaan om nonchalant mijn petje vanaf de boeg naar een rotanstoeltje te gooien. Het nonchalante lukte, het stoeltje werd ruim gemist zodat mijn pet te water geraakte. Terwijl ik me al neerlegde bij een total loss van het hoofddeksel zag ik een vrouw met baby in bootje als een jekko naar het petje peddelen. Ik denk dat mocht Cambodja een roeiploeg afvaardigen naar de spelen in Londen, ze er verstandig aan doen om bij de floating village even wat petjes in het water te flikkeren om zodoende de beste talenten te selecteren. Het vrouwtje kwam hoopvol kijkend het petje brengen en ik beloonde haar gul met een dollar biljet. Dat was nog eens goed besteed want ze was er zichtbaar heel erg blij mee.

Tevreden met onze aantoonbare barmhartigheid, namen we afscheid van onze schipper, die we ondanks zijn mooi opgezette valkuilen, ook maar beloonde met een extra daginkomen.

The Floating Village was een bijzondere ervaring.

Reacties

Reacties

emmy

Ben je hardleers of zo, dat je niet weet wie Leendert was.

Esther

Mooi verhaal weer!

Rob en Loes

weer geweldig om te lezen, !

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!